Filosoferen met kinderen: 10 redenen om nu te beginnen

Kritisch leren nadenken vind ik belangrijk, maar is dat de enige reden om te gaan filosoferen met kinderen & jongeren? Uit verschillende onderzoeken zijn de volgende ontwikkelpunten naar voren gekomen, want naast het feit dat kinderen en jongeren het heel erg leuk vinden om met elkaar in gesprek te gaan, kan het filosoferen (op de langere termijn) ook veranderingen teweeg brengen bij de kinderen of jongeren zelf.

10 ontwikkelpunten

Zij:

  1. Krijgen meer zelfvertrouwen.
  2. Leren goed naar elkaar te luisteren.
  3. Scherpen hun cognitieve vaardigheden aan, zoals redeneren, begrip van het onderscheid tussen het deel en het geheel en herkennen van tegenstellingen.
  4. Leren dat denkbeelden van anderen ook interessant zijn, ook al is dit niet perse een eigen denkbeeld, met als gevolg (meer) tolerantie voor mensen met een andere mening.
  5. Vergroten hun vermogen om verschillen te verwelkomen, in plaats van zich hierdoor bedreigd te voelen.
  6. Leren inzien wat de voordelen zijn van de waarheid vertellen.
  7. Kunnen een moediger houding aanleren, door in gesprekken ervaring op te doen met het opperen van tegengestelde meningen.
  8. Gaan zelf verder nadenken of doorpraten over de besproken thema’s.
  9. Onderzoeken filosofische veronderstellingen achter kunst, wetenschap, wiskunde, maatschappijwetenschappen en taal en kunnen door meer begrip en het leggen van verbanden ertussen hun prestaties op deze gebieden verbeteren.
  10. Worden in staat gesteld filosofische veronderstellingen achter bijvoorbeeld politiek en reclame te onderzoeken, hierdoor gaan ze beter begrijpen wat begrippen als reclame en politiek inhouden.

Voorjaarsvakantie! Wordt het FOMO, FOBO of JOMO?

Heerlijk, de voorjaarsvakantie is begonnen. Hoe wordt jouw vakantie met je tieners? Heb je je uiterste best gedaan om een gezellig appartement te huren in de Oostenrijkse sneeuw? Verheug je je al op een week heerlijk skiën en quality time met je gezin?

FOMO

Het is te hopen dat jullie vakantie straks aan alle verwachtingen voldoet en je puber geen last krijgt van FOMO: Fear of Missing Out. Ofwel: de angst om iets te missen. Kon je vroeger dat gevoel op een saaie vrijdagavond nog wel eens onderdrukken (omdat je niet wist dat er op dat moment een knalfeest aan de gang was waar je graag bij was geweest), jongeren volgen elkaar op de voet. Zij weten dus meteen dat de sneeuw drie Alpen verderop veel beter is, de zon daar langer schijnt en de après-ski bovendien veel gezelliger lijkt. Althans, volgens de berichten van alle vrienden die daar op dat moment verblijven. Dat de sneeuw bij de buren net iets witter lijkt, wordt dan nog wel eens vergeten.

FOBO

Je was er als de kippen bij en hebt jullie appartement dit keer ruim op tijd geboekt (vorig jaar januari al!). De foto’s waren veelbelovend en er is genoeg ruimte voor iedereen. Het perfecte plaatje dus. Toch? Maar is er wel -goede- WIFI? Het is te hopen, anders krijgt jouw kroost wellicht last van FOBO: Fear of Being Offline. Sommige jongeren (ook oudere jongeren trouwens) ervaren al heuse stress bij het ontbreken van één streepje, laat staan dat er helemaal geen verbinding tot stand kan worden gebracht. Zit je straks in je uppie in die gezellige eethoek-met-bankje, terwijl de rest in de lobby van het hotel om de hoek zit, want daar is wel WIFI…

JOMO

Niet getreurd. Met een beetje inspanning creëer je voor jou en je gezin wat JOMO: Joy of Missing Out. Tijd die je met elkaar doorbrengt zonder dat je –tegelijkertijd- bezig bent met alles wat er online gebeurt. Bij een vakantie horen momenten om je even terug te trekken met je eigen device. Kan dat niet in je knusse appartement, zoek dan samen een ander stekkie. Spreek daarnaast met elkaar af op welke momenten jullie offline zijn. Maak het gezellig in de eethoek-met-bankje en trek eens een spelletje uit de kast. Ja heus jongens, Wordfeud bestond vroeger ook al. Het heet scrabble…

sneeuw
Sneeuwpret

Leerlingenraad in 10 stappen

Leerlingenraad poster
Poster met instructies

In 10 stappen naar een leerlingenraad op de basisschool

Een leerlingenraad vertegenwoordigt de mening van de leerlingen op school. Er zitten leerlingen in van alle leerjaren en is in Nederland niet verplicht. Onderwerpen waar een leerlingenraad (van een basisschool) mee aan de slag gaat zijn bijvoorbeeld: regels voor het schoolplein, hoe gaan we met elkaar om, festiviteiten zoals een 8e groepersfeest, ideeën voor een leukere pauze, etc. Op middelbare scholen tref je vaak een leerlingenraad aan. Ook op de basisschool is een leerlingenraad leerzaam en leuk. Je kunt een leerlingenraad opstarten als onderdeel van een schoolproject (bijvoorbeeld over democratie), op initiatief van leerlingen of vanuit ouders. Het enige dat je nodig hebt is enthousiasme en tijd. Hier een 10-stappenplan dat je kunt volgen:

STAP 1 Overtuig (de rest van) de school

Scholen hebben veel op hun bord, dus waarom nog meer activiteiten toevoegen met een leerlingenraad? Een leerlingenraad is een vorm van burgerschapsonderwijs, wat sinds 2006 wettelijk verplicht is. Dit kan een goede motivatie zijn om ermee te starten. Bovendien heeft de school er zelf weinig werk aan: de kinderen doen het meeste en de raad kan worden begeleid door ouders.

STAP 2 Leerlingen in de raad

Hoe selecteer je leerlingen om deel te nemen aan de leerlingenraad? Advies is om kinderen vanaf groep 4 deel te laten nemen. De leerlingenraad kan natuurlijk wel ideeën oogsten bij de jongere leerlingen door daar bijvoorbeeld 1 à 2 x per jaar op bezoek te gaan in de klas. Laat per klas minimaal één vertegenwoordiger kiezen en maak de groep niet te groot! Laat aan de juf of meester over hoe een kandidaat wordt geselecteerd, zij weten immers welke kinderen de tijd hebben. Wissel jaarlijks of tweejaarlijks van leerlingen.

STAP 3 Jouw rol als begeleider

Een begeleider is er om het proces te begeleiden, soms de verwachtingen te managen en voor het organiseren van de vergaderingen. Ben je een ouder? Vraag dan om één vaste coördinator (een juf of meester bijvoorbeeld), die helpt verbinding te maken tussen de school en de raad. Je kunt in overleg met school/jouw coördinator bepalen hoe vaak je wilt vergaderen, bijvoorbeeld 1x in de 6 weken circa 1 uur. Vraag om een ruimte waar je gemakkelijk in een kring kunt zitten en zorg eventueel voor limonade en iets lekkers. Tip: geef alle leerlingen bij de start een mooie pen en bewaarmapje voor de verslagen. Maak altijd een verslag van de vergadering. Probeer een maatje te vinden, zodat jullie de taken kunnen verdelen. Zoals: één is de voorzitter van de vergadering en één schrijft het verslag. Dit kun je omwisselen, zodat je 1 x in de 12 weken het verslag schrijft.

STAP 4 Maak de leerlingenraad zichtbaar

De leerlingenraad is er om de belangen van alle leerlingen te behartigen. Dat moeten de leerlingen natuurlijk wel weten! Informeer de school en leerlingen daarom regelmatig over de activiteiten van de leerlingenraad. Maak een ideeënbus en laat weten waar deze te vinden is. Plak er bijvoorbeeld een grote foto op van de leerlingenraad, dan weten de kinderen bij wie ze moeten zijn. Gebruik de schoolkrant, de website, de nieuwsbrief voor ouders en bijvoorbeeld een fancy fair om de leerlingenraad verder onder de aandacht te brengen.

STAP 5 Zorg voor draagkracht

De leerlingenraad komt met de meest uiteenlopende vragen en ideeën; onderwerpen die leven bij leerlingen. Het is belangrijk dat de juffen en meesters de leerlingen uit de leerlingenraad na een vergadering de ruimte geven om belangrijke dingen aan de klas te vertellen. Ook moeten leerlingen tijdig weten dat er weer een vergadering aankomt, zodat zij met hun acties aan de slag kunnen. Betrek de juffen en meesters door hen het verslag te sturen, eventueel met tips hoe zij kunnen helpen. Houd daarnaast ook de directie en het ondersteunend personeel op de hoogte: zij krijgen wellicht vragen van de kinderen uit de raad.

STAP 6 Laat de leerlingen veel zelf doen

De leerlingenraad is er voor en door leerlingen: laat ze dus zelf met ideeën en oplossingen komen (al moet je daarvoor soms je tong afbijten ;-)). Verdeel direct tijdens de vergadering de taken en laat deze duidelijk terugkomen in het verslag. Nog geen ideeënbus op school? Laat ze die zelf maken. Moet er iets worden nagevraagd bij de directie? Laat ze dit zelf doen!

STAP 7 ‘Boter bij de vis’

De ervaring leert dat er al snel een hele lange lijst met vragen en ideeën is. Om te voorkomen dat sommige punten heel lang als ‘lopende zaak’ in het verslag staan, kun je de kinderen –in overleg met school- al tijdens of direct na de vergadering dingen laten navragen of regelen. Eventueel samen met jou of je maatje als begeleider.

STAP 8 Deel de successen!

Deel de resultaten: is een vraag of idee succesvol opgelost op uitgevoerd? Deel dit met de school via de klas, mail de juffen en meesters en laat de kinderen iets schrijven voor de schoolkrant of nieuwsbrief.

STAP 9 Betrek ouders bij de leerlingenraad

De leerlingenraad is er voor en door leerlingen. Als ouders dit weten, kunnen ze hun kind(-eren) met sommige vragen naar de leerlingenraad doorverwijzen. Laat hen weten dat jullie er zijn, waarvoor jullie er zijn en waar ze de leerlingenraad -en de ideeënbus- kunnen vinden.

STAP 10 Sluit het jaar af met tips & tops

Het opzetten en deelnemen aan de leerlingenraad is een leerproces. Kijk aan het eind van het schooljaar als begeleider(-s) samen met de coördinator van school terug en bespreek verbeterpunten. Blik ook samen met de leerlingen uit de raad terug op het jaar tijdens de laatste vergadering. Wat ging er goed? Wat kon beter? Dus wat zijn de tips & tops? Deel ook dit met de school/klas/leraren/ouders. En eventueel alvast samen met nieuwe leerlingen voor de leerlingenraad van het volgende schooljaar. Heel veel succes!

Omgaan met media die 24/7 beschikbaar is voor je kroost?

24/7 online
We kunnen 24/7 en overal online zijn.

Tijdens het filosoferen op basisscholen wordt in mijn groepen vrijuit gepraat. Belangrijk bij filosoferen. En soms ook wel een beetje schrikken. Dan hoor je bijvoorbeeld een kleuter vertellen dat hij de Hobbit net heeft gezien. Of je vraagt een middenbouwer waarom hij zo zit te gapen en word je met een schaapachtige grijns verteld dat hij vannacht stiekem de voetbalwedstrijd op zijn mobiel heeft gekeken. Daardoor vraag ik me af: hoe gaan we om met media die dag en nacht -24/7 dus- overal en altijd en zonder restricties beschikbaar is voor ons kroost?

Overal WIFI

Zelf ben ik van de generatie waar alleen op woensdagmiddag de tv wel eens aan mocht (als het buiten héél hard regende). Dat was trouwens ook de enige middag dat je meer kon kijken dan een testbeeld. Enge films kwamen pas na half negen op tv en hele enge pas na tien uur. Dit geldt overigens nog steeds, maar wat is dat waard als je kind al om 9 uur ’s ochtends diezelfde film via de laptop of tablet kan bekijken? Kunnen we in dat opzicht nog wel toezicht houden op onze kinderen en jongeren? Moeten we onverwachts voor het beeld van dochterlief gaan hangen, terwijl zij ingespannen naar haar mobieltje tuurt, met koptelefoon op, gezellig op de bank? Continue de historie van het web naspeuren om te zien of er geen vreemde url’s in voorkomen? Gezellig naast zoon en vriendjes op zijn kamer gaan zitten om te zien wat ze met elkaar bekijken? Je ziet ze ook wel eens voor een café staan: jongeren waar het thuis te heet onder de voeten wordt zoeken een rustig plekje zonder bemoeizuchtige ouders (en met gratis WIFI). Middelbare scholen hebben trouwens vaak WIFI op school, dus in de pauzes kunnen ze ook naar hartenlust van alles uitwisselen en bekijken.

Smartphone vanaf groep 7

Vanaf groep 7 à 8 hebben vrijwel alle kinderen een mobieltje en een groot deel daarvan heeft een smartphone. Ze leren razendsnel en van elkaar hoe het werkt, waar ze spannende dingen kunnen vinden en hoe ze hun ouders om de tuin kunnen leiden, door die historie op het web bijvoorbeeld direct te wissen na een surfsessie. Is er reden voor paniek? Ik denk het niet. Ik denk wel dat we anders moeten gaan denken en handelen. We kunnen regels opstellen. Bijvoorbeeld dat ieders smartphone en/of iPad ’s avonds voor het slapen gaan op een vaste plek in de keuken of woonkamer aan de oplader wordt gelegd (en geef gelijk het goede voorbeeld door die van jezelf er naast te leggen). We kunnen afspraken maken over wat er wel en niet gedaan of gekeken wordt op het internet: geen spellen voor boven de 18 jr bijvoorbeeld en geen enge films. Of dat nog helpt als ze eenmaal op de middelbare school zitten?

Blijf in gesprek

Het allerbelangrijkste is om met elkaar in gesprek te gaan en te blijven. Over de leuke kanten van media en de minder leuke kanten. Over wat ze kunnen vinden op internet en over wat zij zelf bijdragen met het plaatsen van filmpjes, foto’s en reacties. Door hierover open (!) gesprekken te voeren, leren kinderen en jongeren om zelfbewust media toe te passen in hun eigen leven. Bovendien zijn zij als mediawijs kind of jongere beter in staat een eigen identiteit te ontwikkelen (ook online). Veel van wat je doet op het web blijft immers nog lange tijd vindbaar.

Verdiep je in de online wereld van je kind

Vraag je kinderen wat ze zo leuk vinden aan hun favoriete apps en wat ze allemaal delen met hun vrienden. Zien ze ook wel eens iets dat ze niet zo leuk vinden? Krijgen ze wel eens vervelende berichtjes via Whatsapp? Wat doen ze dan? Delen ze wel eens iets waarvan ze achteraf spijt hebben? Waarom eigenlijk? Kortom: verdiep je in wat media voor jouw kind betekent. Speel een keer een level mee, of doe een poging ;-). Daardoor krijg je als ouders wellicht meer begrip voor de fascinatie van je kind voor zijn of haar mobiel en wordt het gemakkelijker om te praten over de minder leuke kanten. Eerder verschenen op 20 januari 2015

Daarom maak ik van (mijn) kinderen wereldburgers

Introductie van mijn blog

Het opstarten van mijn blog heeft, ondanks vele ideeën, best even geduurd. Vanuit mijn communicatieachtergrond schrijf je een blog namelijk vooral voor de doelgroep en dien je de boodschap daarop af te stemmen. Vanuit mijn persoonlijke visie wil ik echter ook iets kwijt over de achtergrond van mijn keuzes: ik filosofeer en informeer over mediawijsheid en d277raag het onderwerp burgerschap (en wereldburgers!) een warm hart toe. Voor mij zijn deze drie dingen op een logische manier met elkaar verbonden. Hoe ik het eeuwenoude begrip burgerschap en het kritisch leren nadenken wil verbinden met de moderne middelen die ons ter beschikking staan, daar wil ik toch wel even bij stil staan. Het resultaat is deze introductie. Een introductie in mijn denkwereld, mijn achtergrond en de ambitie om een stimulans te bieden om van (mijn) kinderen wereldburgers te maken.

Nieuwe bestemming

Het voelt alsof ik na een interessante en diverse reis een nieuwe bestemming heb bereikt, waarbij allerlei eerdere ervaringen samenkomen. Na mijn opleiding Communicatie Management werkte ik ruim vijftien jaar voor diverse organisaties in verschillende branches als adviseur, woordvoerder en manager van een communicatieafdeling. Bij Samsung stond ik aan de wieg van de introductie van de mobiele telefoons, de Yepp (voorloper iPod) en de eerste prototypes van geïntegreerde producten zoals een cameraphone plus watchphone en dus een belangrijk moment voor nieuwe media. Hier had ik te maken met eerste voorzichtige stappen in gesponsorde televisie, deelde ik grif mobieltjes uit aan BN’ers (en andere interessante doelgroepen), regelde ik vooruitstrevende samenwerkingsverbanden van Samsung op belangrijke events, zoals DanceValley, het Drum & Rythm Festival en Lowlands en vertrok ik naar Sydney om daar in samenwerking met o.a. Radio 538 het merk verder te promoten tijdens de Olympische Spelen. Ook demonstreerde ik in 2000 op televisie bij Jack van Gelder de allereerste internetkoelkast. Daarnaast werkte ik in de gezondheidsbranche met kwetsbare doelgroepen, had ik in die functie nauw contact met de overheid, van focusgroepen met opdrachten voor vernieuwing, sessies met laaggeletterden tot aan het souffleren van de staatssecretaris tijdens een debat. In die periode heb ik ook ruime ervaring opgedaan met crisiscommunicatie. Qua wereldburgerschap kan ik putten uit ervaringen opgedaan tijdens meerdere langdurige verblijven in het buitenland (UK, USA en Israël) en doordat ik intussen moeder werd van twee heerlijke kinderen (Gijs & Lies, resp. 12 en 10 jaar) heb ik inmiddels ook ervaring met opvoeden.

Filosoferen

Na het bereiken van mijn persoonlijke carrièredoel, keek ik om me heen en besloot het roer om te gooien. Na een beroepsopleiding filosofeer ik inmiddels al een paar jaar met kinderen, jongeren en volwassenen. De methodes van het filosoferen zijn tijdloos; Socrates legde eeuwen geleden al een basis. Het filosoferen omvat leren kritisch na te denken, het leren respecteren van andere meningen -waarbij je het met elkaar eens kunt worden dat je het niet met elkaar eens hoeft te zijn- en het reflecteren op je eigen gedrag, normen en waarden en die van de maatschappij. Bij het vormgeven van lessen en gesprekken zocht ik aansluiting op de huidige gemedialiseerde maatschappij, waar het woord in toenemende mate wordt vervangen door het beeld, en een democratie die meer een mediacratie wordt. Zie bijvoorbeeld de groeiende rol van burgers bij het vormgeven van de democratie, waarbij Twitter en Facebook volop worden ingezet, en de toenemende populariteit van apps als Instagram, Vine en Snapshot, waar beelden centraal staan.

MediaCoach

De opleiding tot MediaCoach bracht voor mij een aantal belangrijke facetten van mijn ervaring en visie samen: (nieuwe) media in combinatie met eeuwenoude methodes om kritisch te leren luisteren, mening te vormen, te discussiëren, kijken en leren. Mede door gebruik te maken van beelden, de kinderen te leren om deze te interpreteren, ‘onder woorden te brengen’, om er uiteindelijk zelf bewust mee om te gaan. Het is mijn overtuiging dat door kinderen al op vroege leeftijd te leren om (media-)boodschappen en (media-)beelden te duiden en hierover met hen in gesprek te gaan, je ze kunt voorbereiden op een toekomst waarbij zij steeds jonger deze vaardigheden moeten inzetten. Als MediaCoach die enthousiasme voor media overbrengt en mogelijkheden die het heeft, erkent hoe belangrijk media inmiddels voor kinderen en jongeren zijn, ook voor hun identiteitsontwikkeling, en hoe je het op een positieve manier kunt inzetten voor allerlei doeleinden. Een praktisch filosoof en MediaCoach ineen, die tegelijkertijd helpt bij het ontwikkelen van het besef dat niet alleen bewustzijn, begrip, houding en gedrag daarbij belangrijk zijn, maar ook het reflecteren op mediaboodschappen en de eigen rol van het kind of de jongere als mediaprosumer en wereldburger. Opdat zij een kritische en creatieve houding aan durven nemen ten opzichte van de media, maar ook ten opzichte van zichzelf als mede-creator van deze media.

De media bieden volop kansen om met elkaar op lokaal, nationaal en mondiaal niveau de uitdagingen aan te gaan op allerlei gebied, van sociaal tot cultureel tot economisch. Door kinderen al jong (media-)wijs te maken met oog voor hun eigen rol en die van anderen, met durf om hun nek uit te steken en met creatieve oplossingen te komen en ze daarmee instrumenten te geven om onze wereld voor toekomstige wereldburgers te behouden en steeds een stukje mooier te maken.

Eerder verschenen op 13 januari 2015