6 tips om jouw ukkie mediawijs op te voeden

Wanneer welke media?
Pagina uit brochure ‘104 leerzame apps van mijn kind online

De leefomgeving van kinderen medialiseert in rap tempo. Ook bij de allerkleinsten. Of het nu gaat om swipende peuters, aan tablets gekluisterde kleuters of het internet of toys: voor kinderen van nu is spelen met media iets van alledag. Veel ouders beseffen dat het verstandig leren omgaan met media een steeds belangrijker onderdeel van de opvoeding wordt. Maar hoe pak je dat als ouder het beste aan? Om ouders van jonge kinderen (0 t/m 6 jaar) hier een handje mee te helpen organiseert Mediawijzer.net voor de vijfde keer de Media Ukkie Dagen, die vrijdag 1 april van start gaan.

6 tips

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de effecten van media op de allerkleinste gebruikers. Veel van de leuke en minder leuke kanten van de invloed die media heeft op gebruikers in het algemeen en kinderen in het bijzonder, gelden ook voor ukkies (van 0 tot 5 jaar). Daarnaast kun je nu al beginnen met een mediawijze opvoeding. Hier 6 tips voor jou als ouder of –professionele- opvoeder van een ukkie:

  1. Laat je kleintje niet te lang achter een beeldscherm zitten. Per levensfase gaat de interesse van je kind uit naar verschillende dingen. Tussen de 0-2 jaar bijvoorbeeld, ontwikkelt het brein van een kind zich vooral op basis van ervaringen, zoals aanraken, bewegen, voelen en proeven. Dit kun je alleen in de ‘echte’ wereld ervaren.
  2. Zorg dat je kleintje media gebruikt die aansluit op zijn of haar ontwikkelingsfase. Of kijk op deze lijst met 104 leerzame apps per leeftijdsfase.
  3. Verbind afspraken aan het gebruik van media. Leg de iPad bijvoorbeeld niet ‘voor het grijpen’ op de bank of tafel.
  4. Maak van jongs af aan afspraken over hoe lang en wanneer je kleintje iets met media mag doen. Kinderen wennen hierdoor al jong dat er tijd is voor media en tijd voor andere dingen. Ook later in de opvoeding hebben jullie hier beide profijt van!
  5. Hoe lang mogen de allerjongsten op een beeldscherm (dit is zowel de telefoon, iPad, computer als televisie)? Hiervoor is een poster ontwikkelt die je gratis kunt downloaden en bijvoorbeeld op de koelkast kunt hangen.
  6. Blijf consequent bij het naleven van de afspraken die je maakt. Ook als het jou beter uitkomt…

Workshop

Wil je meer weten over een mediawijze opvoeding voor jouw jonge kind? Kom naar de workshop: Media voor ukkies: jouw peuter of kleuter veilig online op 9 april a.s. in Den Haag.

Of doe mee met de Media Ukkie Challenge!

Zijn je kinderen jonger dan 7 jaar? Doe dan mee aan de Media Ukkie Challenge, een reeks van 7 opdrachten waarin jij als ouder wordt uitgedaagd om te ervaren hoe leuk en nuttig het is om samen met jouw jonge kind met media bezig te zijn.

Als God een afstandsbediening had…

Filosoferen in de klas
Als God een afstandsbediening had…

De onderbouw dacht na over stemmingen/emoties, de afstandsbediening stond centraal. Want daarmee kun je van een spannend moment zomaar door-zappen naar een vrolijk moment en dit zou je kunnen bekijken als het manipuleren van stemmingen.

Dit sprak tot de verbeelding.
“De wereld is eigenlijk helemaal als een tv, want het zijn allemaal beelden om ons heen, juf.”
“Mijn afstandsbediening heeft dan 3 knoppen: stand 1 voor Kerst, stand 2 voor de woestijn en stand 3 voor de lente, met allemaal bloemen om je heen.”
“Als je een afstandsbediening in je hoofd hebt, dan is dat als een fee die wensen uit kan laten komen.”
“En als God een afstandsbediening had, dan laat hij de hele wereld iets zien dat iedereen leuk vindt, zoals ‘Heel Holland bakt!’.”
Toen ik ’s avonds zelf de tv aanzette, wenste ik heel even dat dat zo was.

#Onderwijs 2032: kritisch leren denken… door filosoferen!

In het onderwijsadvies 2032 veel aandacht voor kritisch leren denken. Filosoferen ís kritisch denken!

Kritisch denken 21st Century SkillOp 23 januari jl. verscheen het eindadvies van het Platform Onderwijs 2032. Het resultaat van een maatschappelijke dialoog over de inhoud van het onderwijs. Het belangrijkste dat hieruit naar voren komt is ‘dat de inhoud van het onderwijs in veel opzichten anders moet om leerlingen de kennis en vaardigheden bij te brengen die ze voor hun toekomst als volwassenen in de eenentwintigste eeuw nodig hebben.’  Eén van de genoemde vaardigheden is kritisch leren denken, wat ook wel genoemd wordt als ’21st Century Skill’. Een instrument dat je hiervoor kunt gebruiken: filosoferen met de leerlingen.

Kritisch denken: meer dan een vakoverstijgende vaardigheid

In het eindadvies van het Platform onderwijs 2032 komt een drietal woorden regelmatig terug: onze kinderen en jongeren moeten ‘kritisch leren denken’. Het wordt apart genoemd als een vakoverstijgende vaardigheid, maar is volgens het advies ook belangrijk bij burgerschapsonderwijs, digitale geletterdheid (geformuleerd als ‘mediawijs worden’) en kennis van de wereld (‘vaardigheden om de wereld om hen heen te begrijpen en mede gestalte te geven’). Onder leervaardigheden valt ook dat leerlingen leren reflecteren, wat eigenlijk hetzelfde is als kritisch leren denken over jezelf.

Filosoferen ís kritisch denken

Filosoferen ís eigenlijk ‘kritisch leren denken’ en wat fijn is: het kan overal over gaan! Bij filosoferen denken leerlingen samen na over vragen waar niet direct een antwoord op is. Die worden gezamenlijk onderzocht; een vraag als ‘waar begin ik?’ bijvoorbeeld. Tijdens het filosoferen proberen leerlingen hun gedachten zo goed mogelijk onder woorden te brengen. Ze leren redeneren, argumenteren en voor hun mening uit te komen. Ze leren ook dat anderen het daar niet altijd mee eens zijn en dat dat helemaal niet erg is. En niet onbelangrijk: leerlingen vinden het ontzettend leuk om te doen!

Praktijkvoorbeeld: filosoferen op een Montessorischool in Den Haag

Al ruim 3 jaar wordt er het hele jaar door gefilosofeerd op De Abeel in Den Haag met kinderen uit de onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Filosoferen kan al vanaf groep 2 in het basisonderwijs en is in te zetten als vakoverstijgende activiteit of toegespitst op thema’s (binnen een vakgebied), zoals o.a. natuur, democratie, taal, wetenschap, media of identiteit.

Leerlingen van De Abeel uit groep 7 verkenden het begrip identiteit aan de hand van kenmerken van een opa of oma. Ze ontdekten tijdens het filosoferen het onderscheid tussen in- en externe kenmerken (‚mijn opa moppert’ en ‚hij heeft een bril’). En andere kenmerken die een onderdeel vormen van je identiteit, zoals uit welk land je komt.

Meetbaar? Lastig. Merkbaar? Jazeker!

Is het effect van regelmatig filosoferen met leerlingen meetbaar? Lastig, maar niet onmogelijk. Is het merkbaar? Jazeker! Na een paar lessen verdwijnt bij de wat meer timide leerlingen de aanvankelijke verlegenheid omtrent de eigen gedachten. Dus als de buurman of buurvrouw iets zegt, dan zijn anderen het daar eerst vaak mee eens. Hierin maken de kinderen in de loop van de gesprekken een ontwikkeling door. Dan zie je dat ze ook nieuwe en andere dingen gaan toevoegen: hun eigen gedachten, ook al zijn die anders dan de buurman/vrouw. Ze durven het sneller met elkaar oneens te zijn en als ze gepassioneerd raken door het gesprek, dan wordt vol vuur iets nieuws aangedragen of iets weerlegt dat net is geopperd. Je ziet sommige kinderen groeien als ze merken dat de groep daar vervolgens serieus op in gaat.

Bij een vraag als ‘waar begin ik?’ wordt met elkaar gekeken naar een paar voorwerpen, zoals een schelp, een elastiekje, iets dat stuk is, een lego-bouwwerkje of een stuk touw. Zo zien de leerlingen dat er verschil zit in hoe je naar iets kijkt: het fysieke begin (‘dit is het begin van de schelp’, ‘nee, dit!’), de verschillende onderdelen (‘lego begint bij het blokje’, ‘het is pas iets als er iets van gemaakt is’, ‘het begint bij de afbeelding op het doosje’) of het eerste idee (‘een kunstwerk begint in het hoofd van de kunstenaar’, ‘nee, pas als de kwast op het doek komt’). [Naar een lesidee uit Praxis ‘Leren Doordenken’.]

Alle leerlingen kunnen filosoferen

Filosoferen is niet alleen voor de ‘slimmere’ leerlingen. Iedereen voegt iets toe aan de gesprekken. De praktisch ingestelde kinderen brengen iets naar voren en de meer abstracte denkers geven er een nieuwe wending aan (of andersom natuurlijk). Een ander is weer heel goed in het ingaan op iets dat eerder is gezegd en weet dit zelfs te betrekken bij latere argumenten. Weer een ander houdt het groepsproces in de gaten. Zo kan het filosoferen iedere keer weer anders verlopen. En dat maakt het een feest om met de leerlingen op avontuur te gaan door de wondere wereld van hun gedachten…

Meer weten over filosoferen of een workshop volgen? Kijk op de site!