Filosoferen met kleuters: regenworm = natuur

regenworm
Een regenworm is natuur

Filosoferen met kleuters over natuur, een interessant thema met iedere keer weer een andere wending: dit was een gesprek vol kleuter-logica.

“Zand is natuur, want je hebt overal in de natuur zand, grond is ook zand.”
“En zandkorrels zijn hele kleine stukjes schelp, schelpen zijn ook natuur, dus daarom is zand ook natuur.”
“Dieren zijn natuur, maar alleen dieren op het land.”
Is de zee dan geen natuur?
“Nee, dat is water.”
“Het kan wel juf, want in de zee zijn plantjes en zeesterren en vissen.”
“Vissen zijn geen natuur.”
Maar vissen zijn toch ook dieren?
“Nee, dieren zijn alleen natuur als ze kunnen lopen.”
Dus een krab in de zee is wel natuur?
“Ja, want die kan lopen en die loopt ook de zee uit, dus is het natuur, net als een schildpad.”
En een regenworm dan? Die kan niet lopen.
“Nee, maar een regenworm komt uit de grond en we hebben toch net verteld dat grond ook natuur is? Dan is een regenworm dus ook natuur!”

(Na het bekijken van een foto van een auto die wordt volgetankt)

Is dit natuur?
“Nee, daar wordt de auto opgeladen.”
Je kunt een auto inderdaad opladen met een stekker, maar hier wordt getankt.
“O ja, dan wordt de auto ook opgeladen met iets erin.”
Bedoel je benzine?
“Ja.”
Is dat natuur? Waar komt benzine vandaan?
“Uit de zee.” “En uit de grond!”
“O jee, dan hoop ik dat er geen regenwormen in de auto komen…”

Wil jij ook filosoferen met kinderen? Filosoferen in de klas heeft regelmatig workshops voor opvoeders op een centrale locatie in Den Haag. Wil je de data voor 2017 weten? Vul het contactformulier in en ik houd je op de hoogte.

Wil je dat ze op de school van jouw kinderen ook het kritisch denken verder ontwikkelen door te gaan filosoferen? Laat het me weten via het contactformulier en ik neem contact op met de school!

[contact-form to=’info@filosoferenindeklas.nl’ subject=’Reactie op Bloggen in de klas’][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Reactie’ type=’textarea’ required=’1’/][/contact-form]

Socratische houding of hard praten?

hard praten
Hard praten of een socratische houding?

Begin deze week zag ik een –ironisch bedoeld- bericht van De Speld voorbij komen op Facebook: ‘Martin praatte heel hard en nu heeft hij gelijk’. Steeds vaker zie ik dat het blijkbaar loont om heel hard te praten of harde taal te gebruiken. Het kan ook anders. Laten we een generatie opvoeden die het niet nodig vindt om hard te communiceren (en niet alleen qua volume!) en heeft geleerd te communiceren en reageren vanuit een socratische houding.

“Hoog opgeleide ouders zijn mondiger” en daarmee krijgen zij sneller een ander advies voor hun kind dan minder mondige ouders (recent in het AD). In het politieke debat gaat het af en toe hard tegen hard en drogredeneringen vliegen geregeld om je oren. Klanten die harde woorden schrijven als review na een mislukte vakantie krijgen korting of een bloemetje. Hoe luider je je ongenoegen laat blijken bij de servicebalie in een winkel, hoe harder het personeel haar best doet om het op te lossen. Als we met en tegen elkaar steeds harder gaan praten, raken we straks in al het kabaal onze stem kwijt. De filosofen Martha Nussbaum en John Dewey (1859-1952) hadden hier zo hun gedachten over.

Nussbaum: cultiveer menselijkheid d.m.v. 3 vermogens

In het boek ‘Niet voor de winst, waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft’ pleit Nussbaum voor meer liberal arts (geesteswetenschappen, zoals filosofie en filosoferen) op school. Volgens Nussbaum zijn er drie vermogens van groot belang voor het cultiveren van menselijkheid in de wereld van vandaag.

  1. Allereerst het vermogen tot kritisch onderzoek van jezelf en van je eigen tradities, waarbij je er nooit vanuit mag gaan dat iets waar is alleen maar omdat dit nu eenmaal altijd al zo was. Wat je hiervoor nodig hebt is het vermogen om logisch te redeneren, waarmee je de traditie kunt uitdagen. Socratisch redeneren (in het onderwijs) is daar in haar ogen voor nodig.
  2. Het tweede vermogen is dat burgers zichzelf niet slechts als burgers van een bepaalde regio of groep moeten zien, maar vooral als “menselijke wezens die op grond van erkenning en gedeelde belangen met alle andere menselijke wezens verbonden zijn, want de wereld om ons heen is onmiskenbaar internationaal.” Dit is in haar ogen belangrijk omdat we daarmee mogelijkheden tot samenwerking kunnen zien en we ons verantwoordelijk gaan voelen ten opzichte van medeburgers die ver weg wonen [of naar ons toekomen…MS].
  3. Het derde vermogen noemt zij de “narratieve verbeelding”, waarmee ze het vermogen bedoelt om je te kunnen verplaatsen in de schoenen van een ander. Overigens niet door je er alleen mee te identificeren, maar door het verhaal ook te beoordelen vanuit de eigen idealen en ambities.

We kunnen onze kinderen zich hierin laten ontwikkelen door ze kritisch te leren denken.

Dewey: ontwikkel kritische vermogens

Voor Dewey was het kernprobleem van conventionele onderwijsmethoden dat ze een passieve houding aanmoedigen. Scholen werden (en worden?) behandeld als plekken voor luisteren en in zich opnemen, en luisteren is altijd belangrijker geacht dan analyseren, waardevolle elementen uitziften en actief problemen oplossen.

Wanneer kinderen worden geacht om slechts passief te luisteren, leidt dat er niet alleen toe dat hun actieve kritische vermogens niet tot ontwikkeling komen, maar kunnen die zelfs verzwakt raken. In plaats van alleen te luisteren, dient het kind daarom te dóen: zelf dingen uitproberen, zelf denken en vragen stellen. Opvoeding en onderwijs vormden voor Dewey “het laboratorium waarin filosofische onderscheidingen concreet worden en worden getest”, zoals hij het zelf in Democracy and Education omschreef.

Je kunt jonge mensen stimuleren tot een actieve houding door ze in hun leven, binnen en buiten het klaslokaal, kennis te laten maken met echte vraagstukken die uit het leven zijn gegrepen. Zo wordt de socratische houding en het socratische vragenstellen “niet alleen een intellectuele vaardigheid, maar een aspect van een praktisch engagement, een stellingname tegenover de problemen van het echte leven.”, aldus Dewey.

Wat houdt die socratische houding eigenlijk in?

Het belangrijkste is een houding van het niet-weten. Je hebt de wijsheid niet in pacht, je bent bereid te onderzoeken hoe het in elkaar zit en je eigen ideeën over een onderwerp kunnen veranderen. Socratische gesprekken zijn een gezamenlijk onderzoek met als startpunt een concrete ervaring. Er wordt niet zozeer gezocht naar een oplossing voor een kwestie, maar eerder gereflecteerd op (eigen) denkbeelden. Tijdens een socratisch gesprek kun je inzicht krijgen in eigen onderliggende opvattingen die jouw wereld op een bepaalde manier kleuren. Door zo’n inzicht kan jouw mening over een onderwerp ineens veranderen (of juist niet).

Nussbaum: “Geesteswetenschappen leveren geen geld op. Ze doen alleen maar iets wat veel kostbaarder is dan dat: ze maken de wereld tot een plek waar het leven de moeite waard is, ze brengen mensen voort die in staat zijn om andere mensen te beschouwen als volledige mensen, met eigen gedachten en gevoelens die respect en inlevingsvermogen verdienen, en landen die in staat zijn om angst en argwaan te overwinnen en te kiezen voor een welwillend en redelijk debat.”

Dus laat je stem zeker horen, door te overtuigen op basis reflectie, daaruit voortvloeiende inzichten en argumenten in plaats van volume…

workshop socratische gesprekstechnieken
Schrijf je in voor de workshop!