Spiegeltje spiegeltje in mijn hand…

Hoe help je je kind als het spiegelbeeld niet meer teruglacht?

Spiegelen is heel menselijk. We doen het al vanaf onze geboorte: je lacht een baby toe en hij doet het na, ook als je je tong uitsteekt of heel verbaasd gaat kijken. Kinderen kopiëren dingen van hun ouders, broers, zusjes en hun omgeving. Een wereldberoemd voorbeeld van spiegelen komt uit het sprookje van Sneeuwwitje: spiegeltje spiegeltje aan de wand…

Spiegelen werkt in positieve en negatieve zin.

Spiegelen werkt in positieve en negatieve zin. Goed voorbeeld doet goed volgen: als jij netjes dank je wel zegt, dan doen jouw kinderen dat vaak vanzelf na. Gooi jij jouw afgekloven appel in de bosjes (“dat verteert vanzelf”, zei mijn moeder altijd), dan doen jouw kinderen dat waarschijnlijk ook. Ik ben uiteraard een uitzondering ;-). Een mooi voorbeeld in dit filmpje van een baby wiens moeder blijkbaar al vaak heeft voorgedaan hoe het moet…

Beloning

Ook geldt dat beloning goed werkt; menig opvoeder heeft op een bepaald moment tijdens de opvoeding het ‘stickersysteem’ geïntroduceerd. Als je kind iets goed heeft gedaan, op het potje heeft geplast of geen nagels heeft gebeten, dan wordt het beloond met een sticker. Je kind wordt blij van de sticker en doet extra zijn best om er één te krijgen aan het eind van de dag.

De moderne mens heeft dagelijks een spiegel in zijn hand. Het gaat misschien niet bewust, maar het werkt in grote lijnen hetzelfde als bij die baby: jij zet iets leuks op Social Media en jouw ‘spiegel’ reageert in de vorm van likes en reacties. Dit levert je kortstondig een goed gevoel op, omdat er in je hersenen een stofje vrij komt dat dopamine heet. Je wordt dus beloond voor je leuke bericht en bent, net als het kind met het vooruitzicht op een nieuwe sticker, extra gemotiveerd om het snel nog een keer te doen om weer dat fijne gevoel te ervaren.

Peers

Voor kinderen en jongeren geldt hetzelfde en eigenlijk meer, omdat zij hun identiteit beginnen te ontwikkelen en extra gevoelig zijn voor bevestiging van hun vrienden, of ‘peers’. Dan zijn al die likes op je laatste foto via Instagram heel fijn. Daar willen ze steeds meer van. Dus worden vrienden in de foto getagd, al staat er alleen een boom op en is er geen mens op de foto te bekennen. In Snapchat kun je bijhouden hoe lang de chat met je BFF al duurt, dus proberen meiden zo lang mogelijk over en weer te blijven ‘liken’ en chatten.

Helden van nu

De helden van nu zijn minder vaak popsterren en steeds vaker vloggers met een grote schare fans die dagelijks kijken. Ook dit zijn spiegels die de jeugd op allerlei manieren beïnvloeden. Zo vroeg mijn 12-jarige dochter mij of ze haar tanden mocht bleken (net als die leuke vlogger…).

Naast de vele leuke kanten die zitten aan de ervaringen die worden gedeeld via Social Media en de vlogs, heeft het ‘spiegel-effect’ ook minder leuke kanten. Bijvoorbeeld kinderen die al die likes zó leuk vinden, dat zij hun Instagram en Snapchat account (stiekem) op ‘openbaar’ zetten, want dat levert veel meer reacties op.

Of als de spiegel jou opeens niet meer “de mooiste in het land” vindt en er negatieve reacties worden ontvangen. Dat komt bij de jonge generatie keihard aan. Dan kan de telefoon -tijdelijk- een vijand worden, omdat de stroom aan negatieve berichten je altijd en overal kan bereiken. Je hebt je telefoon immers binnen handbereik, soms zelfs 24 uur per dag.

Hoe kun je je kind helpen als het spiegelbeeld niet meer teruglacht?

1. Bied een luisterend oor

Als je kind je in vertrouwen neemt, dan geldt ook hier het principe van de beloning: reageer neutraal, luister naar het verhaal en oordeel niet. Bedenk met elkaar hoe jullie het op kunnen lossen.

2. Reageer niet

Ook voor de zender van de negatieve boodschappen geldt: hij wacht op een reactie. Reageer dus niet, dit kan weer een nieuwe reactie uitlokken.

3. Probeer de aanleiding te achterhalen

Soms komt iets hard aan, maar is het eigenlijk als een grap bedoeld, soms is iemand er opzettelijk op uit om (negatieve) reacties uit te lokken. Probeer te achterhalen wie er achter zit en waarom.

4. Blokkeer degene die de berichten verstuurd

Het geeft rust om een aanhoudende stroom berichten te stoppen. Leg aan je kind uit dat de ander er niets van merkt en dat het altijd mogelijk is om de blokkade weer op te heffen.

5. Bewaar de berichten

Het kan zijn dat je de berichten nodig hebt als bewijsmateriaal. Maak er een foto van of sla ze op.

6. Neem contact op met de onruststoker(-s) en/of ouders

Soms heeft de zender geen idee welk effect het bericht heeft op de ontvanger. Bijvoorbeeld: op de basisschool sturen twee vriendjes uit groep 6 samen een heftige foto door, omdat ze dat een goede grap vinden. Dan kan direct terugbellen met de vraag “waarom doe je dit?” helpen (bijvoorbeeld door jou als ouder). Ook contact opnemen met de ouders om de situatie uit te leggen kan een leermoment opleveren.

7. Neem contact op met school

Levert een gesprek met de zender of ouders niets op, neem dan contact op met school als het gaat om een klasgenootje. Bespreek het met de leerkracht of eventueel met de vertrouwenspersoon. Als het gaat om iemand van de sportclub, neem dan contact op met de trainer.

8. In het uiterste geval: rapporteer de onruststoker(-s)

Bij alle Social Media apps is het mogelijk om onruststokers te rapporteren. Dit kun je vinden onder ‘instellingen’ (bij het tandwiel-icoontje). Omdat de uitleg meestal alleen in het Engels te vinden is, is het noodzakelijk om je kind hierbij te helpen.

Installeer een meldknop op de computer thuis, dan kunnen kinderen het melden zodra er iets gebeurt. Eenvoudig te installeren via https://www.meldknop.nl/.

9. Schakel een MediaCoach in

Kom je er zelf niet uit? Een gecertificeerd MediaCoach kan ook in 1-op-1 situaties uitkomst bieden en helpen bij het zoeken naar een oplossing.

Tot slot

Wat je zelf via Snapchat of Instagram rondstuurt verschijnt weer op de ‘spiegel’ in de hand van een ander en kan die ander een goed, maar soms ook vervelend gevoel bezorgen. Help je kind zich hiervan bewust te worden.

Zijn je kinderen nog jong en wil je weten hoe je al vroeg kunt beginnen met een mediawijze opvoeding? Lees dan de 6 tips om jouw ukkie mediawijs op te voeden.

Heb je zelf een voorbeeld van spiegelen?

Of heeft je kind iets vervelends meegemaakt en hebben jullie het samen opgelost?

Deel het! Ik lees graag jullie ervaringen.

Gedachten zijn geen feiten, wat je googled ook niet (altijd)…

feit of mening?

Onlangs filosofeerde ik met kinderen uit groep 7 over de verschillen tussen feiten en meningen. Vanuit de startvraag: “Is jouw mening waar?” werden zinnen gerubriceerd als ‘feit’ of ‘mening’. Aanvankelijk werd bedacht dat je eigen mening en gedachten waar zijn. Zelfs dé waarheid, namelijk voor jezelf, zoals bij “ik vind spruitjes vies” of een meningsverschil: “dit is míjn waarheid”.

De opdracht was vervolgens om de zinnen van medeleerlingen neer te leggen op de tafel ‘feit’ of ‘mening’. Toen bleken een heleboel zinnen ineens niet meer zo waar, want voorgelezen door een andere leerling klopte het feit “ik ben Lisa” niet meer. Tijdens het neerleggen werden de zinnen besproken en ontdekten de kinderen dat een feit niet zo eenvoudig is, evenals het verschil tussen een mening en ‘eigen waarheid’. Deze groep vond aan het eind van het gesprek zelfs dat je eigen waarheid helemaal niet bestaat. Want iets is alleen een feit of een waarheid als iedereen het vindt, niet als jij dat als enige vindt, want dan hoeft het helemaal niet waar te zijn.

Voor de kinderen die filosofeerden over dit onderwerp bleven de feiten en meningen bewust dichtbij henzelf. Je kunt dezelfde denkoefening echter ook doen grotere schaal, met ‘feiten’ en ‘meningen’ verkondigt in de media. ‘Alternative facts’ mag dan een nieuwe term zijn, het fenomeen bestaat al lang. Dat is geen probleem, zolang we ons ervan bewust zijn. (Was dat pretpark van afgelopen zomer écht ‘de grootste speeltuin van de wereld’?)

Een recent onderzoek uit Engeland, van de Britse communicatie-autoriteit Ofcom, laat zien hoe kinderen denken over informatie die zij krijgen via internet. Hoewel sommige kinderen wel enigszins kritisch zijn over de resultaten van zoekmachines, denkt ruim één op vier van de kinderen in de leeftijd tussen 8 en 15 jaar dat alle resultaten die je krijgt via Google te vertrouwen zijn. Álle resultaten, want een groot deel herkent Google ads niet als advertentie.

Met filosoferen laat je kinderen de verschillen onderzoeken met alledaagse voorbeelden en laat je ze de verschillen ervaren. Door kinderen zélf kritisch te laten nadenken en zélf te laten ontdekken wat de verschillen zijn. Vanuit die ervaring kun je vervolgens het gesprek aangaan over het gebruik van feiten en meningen in de media.

Wil je ook met je kind(-eren) leren filosoferen? Over feiten en meningen of andere vragen? Thuis of in de klas? Kom naar de workshop ‘Leren filosoferen met kinderen’ in Den Haag op zaterdagmorgen 23 september.

NB De inspiratie voor deze les komt uit “Ik zag 2 beren filosoferen”: een aanrader!

De afbeelding is een kaart die als bijlage zat bij het tijdschrift Flow.

Emoji Challenge

Zin in het met een hoge funfactor bevorderen van mediawijsheid in de klas ? Doe de Emoji Challenge! Geschikt voor basisscholen (groep 5, 6, 7 en 8).

Zin in het met een hoge funfactor bevorderen van mediawijsheid in de klas ? Doe de Emoji Challenge! Geschikt voor basisscholen (groep 5, 6, 7 en 8).

Doel

Kinderen kunnen al jong zelfstandig een telefoon of tablet bedienen en daardoor zelf keuzes maken. De filmpjes, spelletjes en berichtjes roepen een scala aan emoties op: binnen enkele minuten gaan ze van het kijken naar een schattig jong poesje naar het ontvangen van een kattig appje van een vriendin.

Het is voor kinderen niet voldoende om feitelijke kennis te hebben van media, maar ook om zich bewust te worden van de emoties waar de media een beroep op doet. Wanneer zij zich bewust zijn van deze emoties, kunnen ze daarna leren om deze emoties op de goede manier in te zetten. Dit voorkomt dat zij zich niet zomaar emotioneel laten meeslepen tijdens hun mediagebruik. Een belangrijke kwaliteit in een tijd waarin kinderen steeds vaker en jonger autonoom (online) beslissingen moeten nemen, zonder toezicht of begeleiding van een volwassene.

De Emoji Challenge is een vrolijke wedstrijd waarbij kinderen op een speelse manier gaan nadenken over emoties. Kinderen zijn dol op emoji’s en gebruiken deze graag en vaak. Tijdens de Challenge gaat het erom te bedenken welke emoties de emoji’s uitdrukken. Dit is pittiger dan je denkt!

Samenvatting

De Emoji Challenge is een wedstrijd in de vorm van een -de naam zegt het al- Challenge, waarbij de leerlingen zoveel mogelijk emoji’s tekenen die een emotie uitdrukken. Een jury beoordeelt de verschillende groepsprestaties en roept de winnaar uit van de Emoji Challenge.

Wat heb je nodig?

Stiften & grote vellen papier

Voorbereiding

Leg de vellen papier op tafels verspreid door de klas en zorg dat iedereen uit de groep eromheen kan staan.

Deel de kinderen in groepen in, afhankelijk van de grootte van de klas bijvoorbeeld: ‘jongens tegen de meisjes’ of groepjes van 4 à 6 kinderen. Het is belangrijk dat ze allemaal tegelijk iets kunnen tekenen op het papier.

De les

Bespreek eerst de spelregels en wijs een jury aan (dit kun je ook zelf zijn).

De spelregels

  1. Teken zoveel mogelijk verschillende emoji’s op het vel papier
  2. Let op! De emoji’s moeten wel een emotie uitdrukken en die moet je aan de jury kunnen vertellen.
  3. Als je de jury geen emotie kunt vertellen, dan telt de emoji niet mee.
  4. Zodra het startsein klinkt mag je beginnen en bij het eindsignaal leg je je stift neer.
  5. De groep met de meeste verschillende emoji’s die een emotie uitdrukken is de winnaar.

 

Start de Challenge

  • Laat de kinderen om de tafel gaan staan met de vellen papier en de stiften in de aanslag en geef het startsein.
  • Laat ze ongeveer 8 à 10 minuten verschillende emoji’s tekenen. Laat het aan de groepjes zelf over om samen te werken of juist allemaal individueel zoveel mogelijk emoji’s te tekenen.

 

Voor de leerkracht

Er zijn verschillende emoties, zoals: vreugde, verrassing, boosheid, angst, verdriet en afkeer. De kinderen kunnen ze niet altijd heel specifiek benoemen, dus stimuleer ze zoveel mogelijk om de ‘emotie erbij te halen’. Een redelijke omschrijving? Een punt!

Er is altijd wel één groep die een drol-emoji tekent. Grappig genoeg is dit het Japanse teken voor geluk, dus als ze dat weten te benoemen: je gelukkig voelen of iets dergelijks, dan telt het mee. Weten de kinderen dit niet, laat ze dan raden voor extra punten.

Loop gezamenlijk alle vellen na, bijvoorbeeld door om de tafel te gaan staan of als hiervoor geen ruimte is de vellen op het bord te hangen. Laat ieder groepje de emoties vertellen bij de emoji’s. Schrijf met stift direct iedere punt op het vel, zo houd je ze uit elkaar.

Natuurlijk kunnen de andere kinderen meeluisteren als je dit klassikaal doet en bij hun beurt deze emoties allemaal weer opnoemen, soms hebben ze echter een andere uitleg bij dezelfde emoji die ook goed gerekend kan worden. Het herhalen van de emoties is goed voor de bewustwording. Je kunt de groepjes ook omstebeurt één emoji laten toelichten, waarbij ze een ándere emoji moeten toelichten. Hebben de andere groepen dezelfde emoji? Dan krijgen zij ook een punt. Dit versnelt het proces.

Alle emoji’s besproken? Tel de punten op en wijs het groepje met de meeste punten aan als winnaar van de Emoji Challenge!

6 tips om jouw ukkie mediawijs op te voeden

Wanneer welke media?
Pagina uit brochure ‘104 leerzame apps van mijn kind online

De leefomgeving van kinderen medialiseert in rap tempo. Ook bij de allerkleinsten. Of het nu gaat om swipende peuters, aan tablets gekluisterde kleuters of het internet of toys: voor kinderen van nu is spelen met media iets van alledag. Veel ouders beseffen dat het verstandig leren omgaan met media een steeds belangrijker onderdeel van de opvoeding wordt. Maar hoe pak je dat als ouder het beste aan? Om ouders van jonge kinderen (0 t/m 6 jaar) hier een handje mee te helpen organiseert Mediawijzer.net voor de vijfde keer de Media Ukkie Dagen, die vrijdag 1 april van start gaan.

6 tips

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de effecten van media op de allerkleinste gebruikers. Veel van de leuke en minder leuke kanten van de invloed die media heeft op gebruikers in het algemeen en kinderen in het bijzonder, gelden ook voor ukkies (van 0 tot 5 jaar). Daarnaast kun je nu al beginnen met een mediawijze opvoeding. Hier 6 tips voor jou als ouder of –professionele- opvoeder van een ukkie:

  1. Laat je kleintje niet te lang achter een beeldscherm zitten. Per levensfase gaat de interesse van je kind uit naar verschillende dingen. Tussen de 0-2 jaar bijvoorbeeld, ontwikkelt het brein van een kind zich vooral op basis van ervaringen, zoals aanraken, bewegen, voelen en proeven. Dit kun je alleen in de ‘echte’ wereld ervaren.
  2. Zorg dat je kleintje media gebruikt die aansluit op zijn of haar ontwikkelingsfase. Of kijk op deze lijst met 104 leerzame apps per leeftijdsfase.
  3. Verbind afspraken aan het gebruik van media. Leg de iPad bijvoorbeeld niet ‘voor het grijpen’ op de bank of tafel.
  4. Maak van jongs af aan afspraken over hoe lang en wanneer je kleintje iets met media mag doen. Kinderen wennen hierdoor al jong dat er tijd is voor media en tijd voor andere dingen. Ook later in de opvoeding hebben jullie hier beide profijt van!
  5. Hoe lang mogen de allerjongsten op een beeldscherm (dit is zowel de telefoon, iPad, computer als televisie)? Hiervoor is een poster ontwikkelt die je gratis kunt downloaden en bijvoorbeeld op de koelkast kunt hangen.
  6. Blijf consequent bij het naleven van de afspraken die je maakt. Ook als het jou beter uitkomt…

Workshop

Wil je meer weten over een mediawijze opvoeding voor jouw jonge kind? Kom naar de workshop: Media voor ukkies: jouw peuter of kleuter veilig online op 9 april a.s. in Den Haag.

Of doe mee met de Media Ukkie Challenge!

Zijn je kinderen jonger dan 7 jaar? Doe dan mee aan de Media Ukkie Challenge, een reeks van 7 opdrachten waarin jij als ouder wordt uitgedaagd om te ervaren hoe leuk en nuttig het is om samen met jouw jonge kind met media bezig te zijn.

Voorjaarsvakantie! Wordt het FOMO, FOBO of JOMO?

Heerlijk, de voorjaarsvakantie is begonnen. Hoe wordt jouw vakantie met je tieners? Heb je je uiterste best gedaan om een gezellig appartement te huren in de Oostenrijkse sneeuw? Verheug je je al op een week heerlijk skiën en quality time met je gezin?

FOMO

Het is te hopen dat jullie vakantie straks aan alle verwachtingen voldoet en je puber geen last krijgt van FOMO: Fear of Missing Out. Ofwel: de angst om iets te missen. Kon je vroeger dat gevoel op een saaie vrijdagavond nog wel eens onderdrukken (omdat je niet wist dat er op dat moment een knalfeest aan de gang was waar je graag bij was geweest), jongeren volgen elkaar op de voet. Zij weten dus meteen dat de sneeuw drie Alpen verderop veel beter is, de zon daar langer schijnt en de après-ski bovendien veel gezelliger lijkt. Althans, volgens de berichten van alle vrienden die daar op dat moment verblijven. Dat de sneeuw bij de buren net iets witter lijkt, wordt dan nog wel eens vergeten.

FOBO

Je was er als de kippen bij en hebt jullie appartement dit keer ruim op tijd geboekt (vorig jaar januari al!). De foto’s waren veelbelovend en er is genoeg ruimte voor iedereen. Het perfecte plaatje dus. Toch? Maar is er wel -goede- WIFI? Het is te hopen, anders krijgt jouw kroost wellicht last van FOBO: Fear of Being Offline. Sommige jongeren (ook oudere jongeren trouwens) ervaren al heuse stress bij het ontbreken van één streepje, laat staan dat er helemaal geen verbinding tot stand kan worden gebracht. Zit je straks in je uppie in die gezellige eethoek-met-bankje, terwijl de rest in de lobby van het hotel om de hoek zit, want daar is wel WIFI…

JOMO

Niet getreurd. Met een beetje inspanning creëer je voor jou en je gezin wat JOMO: Joy of Missing Out. Tijd die je met elkaar doorbrengt zonder dat je –tegelijkertijd- bezig bent met alles wat er online gebeurt. Bij een vakantie horen momenten om je even terug te trekken met je eigen device. Kan dat niet in je knusse appartement, zoek dan samen een ander stekkie. Spreek daarnaast met elkaar af op welke momenten jullie offline zijn. Maak het gezellig in de eethoek-met-bankje en trek eens een spelletje uit de kast. Ja heus jongens, Wordfeud bestond vroeger ook al. Het heet scrabble…

sneeuw
Sneeuwpret

Omgaan met media die 24/7 beschikbaar is voor je kroost?

24/7 online
We kunnen 24/7 en overal online zijn.

Tijdens het filosoferen op basisscholen wordt in mijn groepen vrijuit gepraat. Belangrijk bij filosoferen. En soms ook wel een beetje schrikken. Dan hoor je bijvoorbeeld een kleuter vertellen dat hij de Hobbit net heeft gezien. Of je vraagt een middenbouwer waarom hij zo zit te gapen en word je met een schaapachtige grijns verteld dat hij vannacht stiekem de voetbalwedstrijd op zijn mobiel heeft gekeken. Daardoor vraag ik me af: hoe gaan we om met media die dag en nacht -24/7 dus- overal en altijd en zonder restricties beschikbaar is voor ons kroost?

Overal WIFI

Zelf ben ik van de generatie waar alleen op woensdagmiddag de tv wel eens aan mocht (als het buiten héél hard regende). Dat was trouwens ook de enige middag dat je meer kon kijken dan een testbeeld. Enge films kwamen pas na half negen op tv en hele enge pas na tien uur. Dit geldt overigens nog steeds, maar wat is dat waard als je kind al om 9 uur ’s ochtends diezelfde film via de laptop of tablet kan bekijken? Kunnen we in dat opzicht nog wel toezicht houden op onze kinderen en jongeren? Moeten we onverwachts voor het beeld van dochterlief gaan hangen, terwijl zij ingespannen naar haar mobieltje tuurt, met koptelefoon op, gezellig op de bank? Continue de historie van het web naspeuren om te zien of er geen vreemde url’s in voorkomen? Gezellig naast zoon en vriendjes op zijn kamer gaan zitten om te zien wat ze met elkaar bekijken? Je ziet ze ook wel eens voor een café staan: jongeren waar het thuis te heet onder de voeten wordt zoeken een rustig plekje zonder bemoeizuchtige ouders (en met gratis WIFI). Middelbare scholen hebben trouwens vaak WIFI op school, dus in de pauzes kunnen ze ook naar hartenlust van alles uitwisselen en bekijken.

Smartphone vanaf groep 7

Vanaf groep 7 à 8 hebben vrijwel alle kinderen een mobieltje en een groot deel daarvan heeft een smartphone. Ze leren razendsnel en van elkaar hoe het werkt, waar ze spannende dingen kunnen vinden en hoe ze hun ouders om de tuin kunnen leiden, door die historie op het web bijvoorbeeld direct te wissen na een surfsessie. Is er reden voor paniek? Ik denk het niet. Ik denk wel dat we anders moeten gaan denken en handelen. We kunnen regels opstellen. Bijvoorbeeld dat ieders smartphone en/of iPad ’s avonds voor het slapen gaan op een vaste plek in de keuken of woonkamer aan de oplader wordt gelegd (en geef gelijk het goede voorbeeld door die van jezelf er naast te leggen). We kunnen afspraken maken over wat er wel en niet gedaan of gekeken wordt op het internet: geen spellen voor boven de 18 jr bijvoorbeeld en geen enge films. Of dat nog helpt als ze eenmaal op de middelbare school zitten?

Blijf in gesprek

Het allerbelangrijkste is om met elkaar in gesprek te gaan en te blijven. Over de leuke kanten van media en de minder leuke kanten. Over wat ze kunnen vinden op internet en over wat zij zelf bijdragen met het plaatsen van filmpjes, foto’s en reacties. Door hierover open (!) gesprekken te voeren, leren kinderen en jongeren om zelfbewust media toe te passen in hun eigen leven. Bovendien zijn zij als mediawijs kind of jongere beter in staat een eigen identiteit te ontwikkelen (ook online). Veel van wat je doet op het web blijft immers nog lange tijd vindbaar.

Verdiep je in de online wereld van je kind

Vraag je kinderen wat ze zo leuk vinden aan hun favoriete apps en wat ze allemaal delen met hun vrienden. Zien ze ook wel eens iets dat ze niet zo leuk vinden? Krijgen ze wel eens vervelende berichtjes via Whatsapp? Wat doen ze dan? Delen ze wel eens iets waarvan ze achteraf spijt hebben? Waarom eigenlijk? Kortom: verdiep je in wat media voor jouw kind betekent. Speel een keer een level mee, of doe een poging ;-). Daardoor krijg je als ouders wellicht meer begrip voor de fascinatie van je kind voor zijn of haar mobiel en wordt het gemakkelijker om te praten over de minder leuke kanten. Eerder verschenen op 20 januari 2015