Hoe leren we kinderen over democratie? Laat ze debatteren!

Democratie en debat
Debatteren = uitwisseling van ideeën

Vandaag kunnen we in Nederland stemmen. En of je nu voor of tegen het referendum bent, of je nu ‘ja’ of ‘nee’ gaat stemmen, het is fijn dat we in een democratisch land leven waar om je mening wordt gevraagd en je die mag geven. Dat dit voortvloeit uit het feit dat we in een democratie leven, kunnen we kinderen al van jongs af aan leren door ze te laten debatteren.

Democratie op scholen

De Onderwijsraad zei eerder in een persbericht ‘Werken aan democratie is een gemeenschappelijke opdracht voor alle scholen.’ Scholen zouden onder de noemer burgerschapsonderwijs aandacht moeten besteden aan democratie. Dit wordt door SLO onderverdeeld in 3 punten:

  1. Kennis van de democratische rechtstaat
  2. Democratisch handelen
  3. Democratisch basiswaarden

Een interessante manier om heel concreet de democratie te ervaren is oefenen in debatteren, waarbij de grondbeginselen van een democratie niet alleen worden uitgelegd, maar waarbij kinderen (en jongeren!) ervaren hoe het is om je te verdiepen in argumenten die recht tegenover je eigen mening staan. Door ze beurtelings voor en tegen te laten zijn, draait het niet meer om persoonlijke meningen, maar om de kunst van het debatteren zelf.

Hoe gaat dit in de praktijk?

De bovenbouwgroep (kinderen uit groep 7 en 8 van een basisschool in Den Haag) startte deze week met debatteren en voerde keurig volgens de regels een debat, maar o wat was het weer moeilijk om je te verplaatsen in de ‘andere kant’. Sommigen vonden het juist een uitdaging om er eigenlijk voor te zijn en dan te debatteren alsof ze tegen waren.

Na een korte oefening gingen we aan de slag met een debat over de zelfgekozen stelling: ‘leraren moeten met u worden aangesproken’. De stelling had meteen voor- en tegenstanders, dus werd het extra moeilijk om dan juist in het team van de tegenstander te worden geplaatst.

Argumenten voor: het is beleefder om ‘u’ te zeggen, je kent je leraar niet heel goed en dan is het beter om ‘u’ te zeggen, je leraar is ouder en tegen oudere mensen is het beleefder om ‘u’ te zeggen. Wel bedacht deze groep dat als je iemand beter leert kennen, ook een leraar dus, dat het dan ok is om ‘je’ te zeggen.

De tegenargumenten waren: met ‘u’ is er meteen een afstand tussen jou en de ander en dat is niet fijn, ook niet bij een leraar. Je kent je leraar al een tijd en dus kun je prima ‘je’ zeggen. Tegen andere kinderen die je niet kent zeg je ook niet eerst ‘u’ en als de hele klas ‘je’ zegt tegen de leraar, dan kun je dat zelf ook wel doen.

De jury (één van de leerlingen) vond de manier waarop argumenten naar voren werden gebracht en het weerleggen van de argumenten van de ander bij beide partijen heel sterk, maar kon desondanks een winnaar kiezen. Deze gespreksleider kon zich daar -geheel onpartijdig natuurlijk- volledig bij aansluiten. Volgende keer een nieuw debat met een stelling waar je ‘u’ tegen zegt!

Zelf aan de slag?

Wil je kinderen of jongeren bij jou op school ook met elkaar laten debatteren? Ik kom graag langs om het te faciliteren! Meer info over leren debatteren op de website van Burgerschap in de klas.

Auteur: Marianne

Mensen kritisch leren nadenken is wat ik doe. Ik werk voor verschillende scholen, organiseer workshops, geef trainingen en les in mediawijsheid, coach kinderen en jongeren & filosofeer met kinderen, jongeren en volwassenen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.