Filosoferen met kleuters: regenworm = natuur

regenworm
Een regenworm is natuur

Filosoferen met kleuters over natuur, een interessant thema met iedere keer weer een andere wending: dit was een gesprek vol kleuter-logica.

“Zand is natuur, want je hebt overal in de natuur zand, grond is ook zand.”
“En zandkorrels zijn hele kleine stukjes schelp, schelpen zijn ook natuur, dus daarom is zand ook natuur.”
“Dieren zijn natuur, maar alleen dieren op het land.”
Is de zee dan geen natuur?
“Nee, dat is water.”
“Het kan wel juf, want in de zee zijn plantjes en zeesterren en vissen.”
“Vissen zijn geen natuur.”
Maar vissen zijn toch ook dieren?
“Nee, dieren zijn alleen natuur als ze kunnen lopen.”
Dus een krab in de zee is wel natuur?
“Ja, want die kan lopen en die loopt ook de zee uit, dus is het natuur, net als een schildpad.”
En een regenworm dan? Die kan niet lopen.
“Nee, maar een regenworm komt uit de grond en we hebben toch net verteld dat grond ook natuur is? Dan is een regenworm dus ook natuur!”

(Na het bekijken van een foto van een auto die wordt volgetankt)

Is dit natuur?
“Nee, daar wordt de auto opgeladen.”
Je kunt een auto inderdaad opladen met een stekker, maar hier wordt getankt.
“O ja, dan wordt de auto ook opgeladen met iets erin.”
Bedoel je benzine?
“Ja.”
Is dat natuur? Waar komt benzine vandaan?
“Uit de zee.” “En uit de grond!”
“O jee, dan hoop ik dat er geen regenwormen in de auto komen…”

Wil jij ook filosoferen met kinderen? Filosoferen in de klas heeft regelmatig workshops voor opvoeders op een centrale locatie in Den Haag. Wil je de data voor 2017 weten? Vul het contactformulier in en ik houd je op de hoogte.

Wil je dat ze op de school van jouw kinderen ook het kritisch denken verder ontwikkelen door te gaan filosoferen? Laat het me weten via het contactformulier en ik neem contact op met de school!

[contact-form to=’info@filosoferenindeklas.nl’ subject=’Reactie op Bloggen in de klas’][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Reactie’ type=’textarea’ required=’1’/][/contact-form]

Socratische houding of hard praten?

hard praten
Hard praten of een socratische houding?

Begin deze week zag ik een –ironisch bedoeld- bericht van De Speld voorbij komen op Facebook: ‘Martin praatte heel hard en nu heeft hij gelijk’. Steeds vaker zie ik dat het blijkbaar loont om heel hard te praten of harde taal te gebruiken. Het kan ook anders. Laten we een generatie opvoeden die het niet nodig vindt om hard te communiceren (en niet alleen qua volume!) en heeft geleerd te communiceren en reageren vanuit een socratische houding.

“Hoog opgeleide ouders zijn mondiger” en daarmee krijgen zij sneller een ander advies voor hun kind dan minder mondige ouders (recent in het AD). In het politieke debat gaat het af en toe hard tegen hard en drogredeneringen vliegen geregeld om je oren. Klanten die harde woorden schrijven als review na een mislukte vakantie krijgen korting of een bloemetje. Hoe luider je je ongenoegen laat blijken bij de servicebalie in een winkel, hoe harder het personeel haar best doet om het op te lossen. Als we met en tegen elkaar steeds harder gaan praten, raken we straks in al het kabaal onze stem kwijt. De filosofen Martha Nussbaum en John Dewey (1859-1952) hadden hier zo hun gedachten over.

Nussbaum: cultiveer menselijkheid d.m.v. 3 vermogens

In het boek ‘Niet voor de winst, waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft’ pleit Nussbaum voor meer liberal arts (geesteswetenschappen, zoals filosofie en filosoferen) op school. Volgens Nussbaum zijn er drie vermogens van groot belang voor het cultiveren van menselijkheid in de wereld van vandaag.

  1. Allereerst het vermogen tot kritisch onderzoek van jezelf en van je eigen tradities, waarbij je er nooit vanuit mag gaan dat iets waar is alleen maar omdat dit nu eenmaal altijd al zo was. Wat je hiervoor nodig hebt is het vermogen om logisch te redeneren, waarmee je de traditie kunt uitdagen. Socratisch redeneren (in het onderwijs) is daar in haar ogen voor nodig.
  2. Het tweede vermogen is dat burgers zichzelf niet slechts als burgers van een bepaalde regio of groep moeten zien, maar vooral als “menselijke wezens die op grond van erkenning en gedeelde belangen met alle andere menselijke wezens verbonden zijn, want de wereld om ons heen is onmiskenbaar internationaal.” Dit is in haar ogen belangrijk omdat we daarmee mogelijkheden tot samenwerking kunnen zien en we ons verantwoordelijk gaan voelen ten opzichte van medeburgers die ver weg wonen [of naar ons toekomen…MS].
  3. Het derde vermogen noemt zij de “narratieve verbeelding”, waarmee ze het vermogen bedoelt om je te kunnen verplaatsen in de schoenen van een ander. Overigens niet door je er alleen mee te identificeren, maar door het verhaal ook te beoordelen vanuit de eigen idealen en ambities.

We kunnen onze kinderen zich hierin laten ontwikkelen door ze kritisch te leren denken.

Dewey: ontwikkel kritische vermogens

Voor Dewey was het kernprobleem van conventionele onderwijsmethoden dat ze een passieve houding aanmoedigen. Scholen werden (en worden?) behandeld als plekken voor luisteren en in zich opnemen, en luisteren is altijd belangrijker geacht dan analyseren, waardevolle elementen uitziften en actief problemen oplossen.

Wanneer kinderen worden geacht om slechts passief te luisteren, leidt dat er niet alleen toe dat hun actieve kritische vermogens niet tot ontwikkeling komen, maar kunnen die zelfs verzwakt raken. In plaats van alleen te luisteren, dient het kind daarom te dóen: zelf dingen uitproberen, zelf denken en vragen stellen. Opvoeding en onderwijs vormden voor Dewey “het laboratorium waarin filosofische onderscheidingen concreet worden en worden getest”, zoals hij het zelf in Democracy and Education omschreef.

Je kunt jonge mensen stimuleren tot een actieve houding door ze in hun leven, binnen en buiten het klaslokaal, kennis te laten maken met echte vraagstukken die uit het leven zijn gegrepen. Zo wordt de socratische houding en het socratische vragenstellen “niet alleen een intellectuele vaardigheid, maar een aspect van een praktisch engagement, een stellingname tegenover de problemen van het echte leven.”, aldus Dewey.

Wat houdt die socratische houding eigenlijk in?

Het belangrijkste is een houding van het niet-weten. Je hebt de wijsheid niet in pacht, je bent bereid te onderzoeken hoe het in elkaar zit en je eigen ideeën over een onderwerp kunnen veranderen. Socratische gesprekken zijn een gezamenlijk onderzoek met als startpunt een concrete ervaring. Er wordt niet zozeer gezocht naar een oplossing voor een kwestie, maar eerder gereflecteerd op (eigen) denkbeelden. Tijdens een socratisch gesprek kun je inzicht krijgen in eigen onderliggende opvattingen die jouw wereld op een bepaalde manier kleuren. Door zo’n inzicht kan jouw mening over een onderwerp ineens veranderen (of juist niet).

Nussbaum: “Geesteswetenschappen leveren geen geld op. Ze doen alleen maar iets wat veel kostbaarder is dan dat: ze maken de wereld tot een plek waar het leven de moeite waard is, ze brengen mensen voort die in staat zijn om andere mensen te beschouwen als volledige mensen, met eigen gedachten en gevoelens die respect en inlevingsvermogen verdienen, en landen die in staat zijn om angst en argwaan te overwinnen en te kiezen voor een welwillend en redelijk debat.”

Dus laat je stem zeker horen, door te overtuigen op basis reflectie, daaruit voortvloeiende inzichten en argumenten in plaats van volume…

workshop socratische gesprekstechnieken
Schrijf je in voor de workshop!

Hoe leren we kinderen over democratie? Laat ze debatteren!

Democratie en debat
Debatteren = uitwisseling van ideeën

Vandaag kunnen we in Nederland stemmen. En of je nu voor of tegen het referendum bent, of je nu ‘ja’ of ‘nee’ gaat stemmen, het is fijn dat we in een democratisch land leven waar om je mening wordt gevraagd en je die mag geven. Dat dit voortvloeit uit het feit dat we in een democratie leven, kunnen we kinderen al van jongs af aan leren door ze te laten debatteren.

Democratie op scholen

De Onderwijsraad zei eerder in een persbericht ‘Werken aan democratie is een gemeenschappelijke opdracht voor alle scholen.’ Scholen zouden onder de noemer burgerschapsonderwijs aandacht moeten besteden aan democratie. Dit wordt door SLO onderverdeeld in 3 punten:

  1. Kennis van de democratische rechtstaat
  2. Democratisch handelen
  3. Democratisch basiswaarden

Een interessante manier om heel concreet de democratie te ervaren is oefenen in debatteren, waarbij de grondbeginselen van een democratie niet alleen worden uitgelegd, maar waarbij kinderen (en jongeren!) ervaren hoe het is om je te verdiepen in argumenten die recht tegenover je eigen mening staan. Door ze beurtelings voor en tegen te laten zijn, draait het niet meer om persoonlijke meningen, maar om de kunst van het debatteren zelf.

Hoe gaat dit in de praktijk?

De bovenbouwgroep (kinderen uit groep 7 en 8 van een basisschool in Den Haag) startte deze week met debatteren en voerde keurig volgens de regels een debat, maar o wat was het weer moeilijk om je te verplaatsen in de ‘andere kant’. Sommigen vonden het juist een uitdaging om er eigenlijk voor te zijn en dan te debatteren alsof ze tegen waren.

Na een korte oefening gingen we aan de slag met een debat over de zelfgekozen stelling: ‘leraren moeten met u worden aangesproken’. De stelling had meteen voor- en tegenstanders, dus werd het extra moeilijk om dan juist in het team van de tegenstander te worden geplaatst.

Argumenten voor: het is beleefder om ‘u’ te zeggen, je kent je leraar niet heel goed en dan is het beter om ‘u’ te zeggen, je leraar is ouder en tegen oudere mensen is het beleefder om ‘u’ te zeggen. Wel bedacht deze groep dat als je iemand beter leert kennen, ook een leraar dus, dat het dan ok is om ‘je’ te zeggen.

De tegenargumenten waren: met ‘u’ is er meteen een afstand tussen jou en de ander en dat is niet fijn, ook niet bij een leraar. Je kent je leraar al een tijd en dus kun je prima ‘je’ zeggen. Tegen andere kinderen die je niet kent zeg je ook niet eerst ‘u’ en als de hele klas ‘je’ zegt tegen de leraar, dan kun je dat zelf ook wel doen.

De jury (één van de leerlingen) vond de manier waarop argumenten naar voren werden gebracht en het weerleggen van de argumenten van de ander bij beide partijen heel sterk, maar kon desondanks een winnaar kiezen. Deze gespreksleider kon zich daar -geheel onpartijdig natuurlijk- volledig bij aansluiten. Volgende keer een nieuw debat met een stelling waar je ‘u’ tegen zegt!

Zelf aan de slag?

Wil je kinderen of jongeren bij jou op school ook met elkaar laten debatteren? Ik kom graag langs om het te faciliteren! Meer info over leren debatteren op de website van Burgerschap in de klas.

6 tips om jouw ukkie mediawijs op te voeden

Wanneer welke media?
Pagina uit brochure ‘104 leerzame apps van mijn kind online

De leefomgeving van kinderen medialiseert in rap tempo. Ook bij de allerkleinsten. Of het nu gaat om swipende peuters, aan tablets gekluisterde kleuters of het internet of toys: voor kinderen van nu is spelen met media iets van alledag. Veel ouders beseffen dat het verstandig leren omgaan met media een steeds belangrijker onderdeel van de opvoeding wordt. Maar hoe pak je dat als ouder het beste aan? Om ouders van jonge kinderen (0 t/m 6 jaar) hier een handje mee te helpen organiseert Mediawijzer.net voor de vijfde keer de Media Ukkie Dagen, die vrijdag 1 april van start gaan.

6 tips

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de effecten van media op de allerkleinste gebruikers. Veel van de leuke en minder leuke kanten van de invloed die media heeft op gebruikers in het algemeen en kinderen in het bijzonder, gelden ook voor ukkies (van 0 tot 5 jaar). Daarnaast kun je nu al beginnen met een mediawijze opvoeding. Hier 6 tips voor jou als ouder of –professionele- opvoeder van een ukkie:

  1. Laat je kleintje niet te lang achter een beeldscherm zitten. Per levensfase gaat de interesse van je kind uit naar verschillende dingen. Tussen de 0-2 jaar bijvoorbeeld, ontwikkelt het brein van een kind zich vooral op basis van ervaringen, zoals aanraken, bewegen, voelen en proeven. Dit kun je alleen in de ‘echte’ wereld ervaren.
  2. Zorg dat je kleintje media gebruikt die aansluit op zijn of haar ontwikkelingsfase. Of kijk op deze lijst met 104 leerzame apps per leeftijdsfase.
  3. Verbind afspraken aan het gebruik van media. Leg de iPad bijvoorbeeld niet ‘voor het grijpen’ op de bank of tafel.
  4. Maak van jongs af aan afspraken over hoe lang en wanneer je kleintje iets met media mag doen. Kinderen wennen hierdoor al jong dat er tijd is voor media en tijd voor andere dingen. Ook later in de opvoeding hebben jullie hier beide profijt van!
  5. Hoe lang mogen de allerjongsten op een beeldscherm (dit is zowel de telefoon, iPad, computer als televisie)? Hiervoor is een poster ontwikkelt die je gratis kunt downloaden en bijvoorbeeld op de koelkast kunt hangen.
  6. Blijf consequent bij het naleven van de afspraken die je maakt. Ook als het jou beter uitkomt…

Workshop

Wil je meer weten over een mediawijze opvoeding voor jouw jonge kind? Kom naar de workshop: Media voor ukkies: jouw peuter of kleuter veilig online op 9 april a.s. in Den Haag.

Of doe mee met de Media Ukkie Challenge!

Zijn je kinderen jonger dan 7 jaar? Doe dan mee aan de Media Ukkie Challenge, een reeks van 7 opdrachten waarin jij als ouder wordt uitgedaagd om te ervaren hoe leuk en nuttig het is om samen met jouw jonge kind met media bezig te zijn.

Als God een afstandsbediening had…

Filosoferen in de klas
Als God een afstandsbediening had…

De onderbouw dacht na over stemmingen/emoties, de afstandsbediening stond centraal. Want daarmee kun je van een spannend moment zomaar door-zappen naar een vrolijk moment en dit zou je kunnen bekijken als het manipuleren van stemmingen.

Dit sprak tot de verbeelding.
“De wereld is eigenlijk helemaal als een tv, want het zijn allemaal beelden om ons heen, juf.”
“Mijn afstandsbediening heeft dan 3 knoppen: stand 1 voor Kerst, stand 2 voor de woestijn en stand 3 voor de lente, met allemaal bloemen om je heen.”
“Als je een afstandsbediening in je hoofd hebt, dan is dat als een fee die wensen uit kan laten komen.”
“En als God een afstandsbediening had, dan laat hij de hele wereld iets zien dat iedereen leuk vindt, zoals ‘Heel Holland bakt!’.”
Toen ik ’s avonds zelf de tv aanzette, wenste ik heel even dat dat zo was.

#Onderwijs 2032: kritisch leren denken… door filosoferen!

In het onderwijsadvies 2032 veel aandacht voor kritisch leren denken. Filosoferen ís kritisch denken!

Kritisch denken 21st Century SkillOp 23 januari jl. verscheen het eindadvies van het Platform Onderwijs 2032. Het resultaat van een maatschappelijke dialoog over de inhoud van het onderwijs. Het belangrijkste dat hieruit naar voren komt is ‘dat de inhoud van het onderwijs in veel opzichten anders moet om leerlingen de kennis en vaardigheden bij te brengen die ze voor hun toekomst als volwassenen in de eenentwintigste eeuw nodig hebben.’  Eén van de genoemde vaardigheden is kritisch leren denken, wat ook wel genoemd wordt als ’21st Century Skill’. Een instrument dat je hiervoor kunt gebruiken: filosoferen met de leerlingen.

Kritisch denken: meer dan een vakoverstijgende vaardigheid

In het eindadvies van het Platform onderwijs 2032 komt een drietal woorden regelmatig terug: onze kinderen en jongeren moeten ‘kritisch leren denken’. Het wordt apart genoemd als een vakoverstijgende vaardigheid, maar is volgens het advies ook belangrijk bij burgerschapsonderwijs, digitale geletterdheid (geformuleerd als ‘mediawijs worden’) en kennis van de wereld (‘vaardigheden om de wereld om hen heen te begrijpen en mede gestalte te geven’). Onder leervaardigheden valt ook dat leerlingen leren reflecteren, wat eigenlijk hetzelfde is als kritisch leren denken over jezelf.

Filosoferen ís kritisch denken

Filosoferen ís eigenlijk ‘kritisch leren denken’ en wat fijn is: het kan overal over gaan! Bij filosoferen denken leerlingen samen na over vragen waar niet direct een antwoord op is. Die worden gezamenlijk onderzocht; een vraag als ‘waar begin ik?’ bijvoorbeeld. Tijdens het filosoferen proberen leerlingen hun gedachten zo goed mogelijk onder woorden te brengen. Ze leren redeneren, argumenteren en voor hun mening uit te komen. Ze leren ook dat anderen het daar niet altijd mee eens zijn en dat dat helemaal niet erg is. En niet onbelangrijk: leerlingen vinden het ontzettend leuk om te doen!

Praktijkvoorbeeld: filosoferen op een Montessorischool in Den Haag

Al ruim 3 jaar wordt er het hele jaar door gefilosofeerd op De Abeel in Den Haag met kinderen uit de onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Filosoferen kan al vanaf groep 2 in het basisonderwijs en is in te zetten als vakoverstijgende activiteit of toegespitst op thema’s (binnen een vakgebied), zoals o.a. natuur, democratie, taal, wetenschap, media of identiteit.

Leerlingen van De Abeel uit groep 7 verkenden het begrip identiteit aan de hand van kenmerken van een opa of oma. Ze ontdekten tijdens het filosoferen het onderscheid tussen in- en externe kenmerken (‚mijn opa moppert’ en ‚hij heeft een bril’). En andere kenmerken die een onderdeel vormen van je identiteit, zoals uit welk land je komt.

Meetbaar? Lastig. Merkbaar? Jazeker!

Is het effect van regelmatig filosoferen met leerlingen meetbaar? Lastig, maar niet onmogelijk. Is het merkbaar? Jazeker! Na een paar lessen verdwijnt bij de wat meer timide leerlingen de aanvankelijke verlegenheid omtrent de eigen gedachten. Dus als de buurman of buurvrouw iets zegt, dan zijn anderen het daar eerst vaak mee eens. Hierin maken de kinderen in de loop van de gesprekken een ontwikkeling door. Dan zie je dat ze ook nieuwe en andere dingen gaan toevoegen: hun eigen gedachten, ook al zijn die anders dan de buurman/vrouw. Ze durven het sneller met elkaar oneens te zijn en als ze gepassioneerd raken door het gesprek, dan wordt vol vuur iets nieuws aangedragen of iets weerlegt dat net is geopperd. Je ziet sommige kinderen groeien als ze merken dat de groep daar vervolgens serieus op in gaat.

Bij een vraag als ‘waar begin ik?’ wordt met elkaar gekeken naar een paar voorwerpen, zoals een schelp, een elastiekje, iets dat stuk is, een lego-bouwwerkje of een stuk touw. Zo zien de leerlingen dat er verschil zit in hoe je naar iets kijkt: het fysieke begin (‘dit is het begin van de schelp’, ‘nee, dit!’), de verschillende onderdelen (‘lego begint bij het blokje’, ‘het is pas iets als er iets van gemaakt is’, ‘het begint bij de afbeelding op het doosje’) of het eerste idee (‘een kunstwerk begint in het hoofd van de kunstenaar’, ‘nee, pas als de kwast op het doek komt’). [Naar een lesidee uit Praxis ‘Leren Doordenken’.]

Alle leerlingen kunnen filosoferen

Filosoferen is niet alleen voor de ‘slimmere’ leerlingen. Iedereen voegt iets toe aan de gesprekken. De praktisch ingestelde kinderen brengen iets naar voren en de meer abstracte denkers geven er een nieuwe wending aan (of andersom natuurlijk). Een ander is weer heel goed in het ingaan op iets dat eerder is gezegd en weet dit zelfs te betrekken bij latere argumenten. Weer een ander houdt het groepsproces in de gaten. Zo kan het filosoferen iedere keer weer anders verlopen. En dat maakt het een feest om met de leerlingen op avontuur te gaan door de wondere wereld van hun gedachten…

Meer weten over filosoferen of een workshop volgen? Kijk op de site!

Filosoferen met kinderen: 10 redenen om nu te beginnen

Kritisch leren nadenken vind ik belangrijk, maar is dat de enige reden om te gaan filosoferen met kinderen & jongeren? Uit verschillende onderzoeken zijn de volgende ontwikkelpunten naar voren gekomen, want naast het feit dat kinderen en jongeren het heel erg leuk vinden om met elkaar in gesprek te gaan, kan het filosoferen (op de langere termijn) ook veranderingen teweeg brengen bij de kinderen of jongeren zelf.

10 ontwikkelpunten

Zij:

  1. Krijgen meer zelfvertrouwen.
  2. Leren goed naar elkaar te luisteren.
  3. Scherpen hun cognitieve vaardigheden aan, zoals redeneren, begrip van het onderscheid tussen het deel en het geheel en herkennen van tegenstellingen.
  4. Leren dat denkbeelden van anderen ook interessant zijn, ook al is dit niet perse een eigen denkbeeld, met als gevolg (meer) tolerantie voor mensen met een andere mening.
  5. Vergroten hun vermogen om verschillen te verwelkomen, in plaats van zich hierdoor bedreigd te voelen.
  6. Leren inzien wat de voordelen zijn van de waarheid vertellen.
  7. Kunnen een moediger houding aanleren, door in gesprekken ervaring op te doen met het opperen van tegengestelde meningen.
  8. Gaan zelf verder nadenken of doorpraten over de besproken thema’s.
  9. Onderzoeken filosofische veronderstellingen achter kunst, wetenschap, wiskunde, maatschappijwetenschappen en taal en kunnen door meer begrip en het leggen van verbanden ertussen hun prestaties op deze gebieden verbeteren.
  10. Worden in staat gesteld filosofische veronderstellingen achter bijvoorbeeld politiek en reclame te onderzoeken, hierdoor gaan ze beter begrijpen wat begrippen als reclame en politiek inhouden.

Voorjaarsvakantie! Wordt het FOMO, FOBO of JOMO?

Heerlijk, de voorjaarsvakantie is begonnen. Hoe wordt jouw vakantie met je tieners? Heb je je uiterste best gedaan om een gezellig appartement te huren in de Oostenrijkse sneeuw? Verheug je je al op een week heerlijk skiën en quality time met je gezin?

FOMO

Het is te hopen dat jullie vakantie straks aan alle verwachtingen voldoet en je puber geen last krijgt van FOMO: Fear of Missing Out. Ofwel: de angst om iets te missen. Kon je vroeger dat gevoel op een saaie vrijdagavond nog wel eens onderdrukken (omdat je niet wist dat er op dat moment een knalfeest aan de gang was waar je graag bij was geweest), jongeren volgen elkaar op de voet. Zij weten dus meteen dat de sneeuw drie Alpen verderop veel beter is, de zon daar langer schijnt en de après-ski bovendien veel gezelliger lijkt. Althans, volgens de berichten van alle vrienden die daar op dat moment verblijven. Dat de sneeuw bij de buren net iets witter lijkt, wordt dan nog wel eens vergeten.

FOBO

Je was er als de kippen bij en hebt jullie appartement dit keer ruim op tijd geboekt (vorig jaar januari al!). De foto’s waren veelbelovend en er is genoeg ruimte voor iedereen. Het perfecte plaatje dus. Toch? Maar is er wel -goede- WIFI? Het is te hopen, anders krijgt jouw kroost wellicht last van FOBO: Fear of Being Offline. Sommige jongeren (ook oudere jongeren trouwens) ervaren al heuse stress bij het ontbreken van één streepje, laat staan dat er helemaal geen verbinding tot stand kan worden gebracht. Zit je straks in je uppie in die gezellige eethoek-met-bankje, terwijl de rest in de lobby van het hotel om de hoek zit, want daar is wel WIFI…

JOMO

Niet getreurd. Met een beetje inspanning creëer je voor jou en je gezin wat JOMO: Joy of Missing Out. Tijd die je met elkaar doorbrengt zonder dat je –tegelijkertijd- bezig bent met alles wat er online gebeurt. Bij een vakantie horen momenten om je even terug te trekken met je eigen device. Kan dat niet in je knusse appartement, zoek dan samen een ander stekkie. Spreek daarnaast met elkaar af op welke momenten jullie offline zijn. Maak het gezellig in de eethoek-met-bankje en trek eens een spelletje uit de kast. Ja heus jongens, Wordfeud bestond vroeger ook al. Het heet scrabble…

sneeuw
Sneeuwpret

Leerlingenraad in 10 stappen

Leerlingenraad poster
Poster met instructies

In 10 stappen naar een leerlingenraad op de basisschool

Een leerlingenraad vertegenwoordigt de mening van de leerlingen op school. Er zitten leerlingen in van alle leerjaren en is in Nederland niet verplicht. Onderwerpen waar een leerlingenraad (van een basisschool) mee aan de slag gaat zijn bijvoorbeeld: regels voor het schoolplein, hoe gaan we met elkaar om, festiviteiten zoals een 8e groepersfeest, ideeën voor een leukere pauze, etc. Op middelbare scholen tref je vaak een leerlingenraad aan. Ook op de basisschool is een leerlingenraad leerzaam en leuk. Je kunt een leerlingenraad opstarten als onderdeel van een schoolproject (bijvoorbeeld over democratie), op initiatief van leerlingen of vanuit ouders. Het enige dat je nodig hebt is enthousiasme en tijd. Hier een 10-stappenplan dat je kunt volgen:

STAP 1 Overtuig (de rest van) de school

Scholen hebben veel op hun bord, dus waarom nog meer activiteiten toevoegen met een leerlingenraad? Een leerlingenraad is een vorm van burgerschapsonderwijs, wat sinds 2006 wettelijk verplicht is. Dit kan een goede motivatie zijn om ermee te starten. Bovendien heeft de school er zelf weinig werk aan: de kinderen doen het meeste en de raad kan worden begeleid door ouders.

STAP 2 Leerlingen in de raad

Hoe selecteer je leerlingen om deel te nemen aan de leerlingenraad? Advies is om kinderen vanaf groep 4 deel te laten nemen. De leerlingenraad kan natuurlijk wel ideeën oogsten bij de jongere leerlingen door daar bijvoorbeeld 1 à 2 x per jaar op bezoek te gaan in de klas. Laat per klas minimaal één vertegenwoordiger kiezen en maak de groep niet te groot! Laat aan de juf of meester over hoe een kandidaat wordt geselecteerd, zij weten immers welke kinderen de tijd hebben. Wissel jaarlijks of tweejaarlijks van leerlingen.

STAP 3 Jouw rol als begeleider

Een begeleider is er om het proces te begeleiden, soms de verwachtingen te managen en voor het organiseren van de vergaderingen. Ben je een ouder? Vraag dan om één vaste coördinator (een juf of meester bijvoorbeeld), die helpt verbinding te maken tussen de school en de raad. Je kunt in overleg met school/jouw coördinator bepalen hoe vaak je wilt vergaderen, bijvoorbeeld 1x in de 6 weken circa 1 uur. Vraag om een ruimte waar je gemakkelijk in een kring kunt zitten en zorg eventueel voor limonade en iets lekkers. Tip: geef alle leerlingen bij de start een mooie pen en bewaarmapje voor de verslagen. Maak altijd een verslag van de vergadering. Probeer een maatje te vinden, zodat jullie de taken kunnen verdelen. Zoals: één is de voorzitter van de vergadering en één schrijft het verslag. Dit kun je omwisselen, zodat je 1 x in de 12 weken het verslag schrijft.

STAP 4 Maak de leerlingenraad zichtbaar

De leerlingenraad is er om de belangen van alle leerlingen te behartigen. Dat moeten de leerlingen natuurlijk wel weten! Informeer de school en leerlingen daarom regelmatig over de activiteiten van de leerlingenraad. Maak een ideeënbus en laat weten waar deze te vinden is. Plak er bijvoorbeeld een grote foto op van de leerlingenraad, dan weten de kinderen bij wie ze moeten zijn. Gebruik de schoolkrant, de website, de nieuwsbrief voor ouders en bijvoorbeeld een fancy fair om de leerlingenraad verder onder de aandacht te brengen.

STAP 5 Zorg voor draagkracht

De leerlingenraad komt met de meest uiteenlopende vragen en ideeën; onderwerpen die leven bij leerlingen. Het is belangrijk dat de juffen en meesters de leerlingen uit de leerlingenraad na een vergadering de ruimte geven om belangrijke dingen aan de klas te vertellen. Ook moeten leerlingen tijdig weten dat er weer een vergadering aankomt, zodat zij met hun acties aan de slag kunnen. Betrek de juffen en meesters door hen het verslag te sturen, eventueel met tips hoe zij kunnen helpen. Houd daarnaast ook de directie en het ondersteunend personeel op de hoogte: zij krijgen wellicht vragen van de kinderen uit de raad.

STAP 6 Laat de leerlingen veel zelf doen

De leerlingenraad is er voor en door leerlingen: laat ze dus zelf met ideeën en oplossingen komen (al moet je daarvoor soms je tong afbijten ;-)). Verdeel direct tijdens de vergadering de taken en laat deze duidelijk terugkomen in het verslag. Nog geen ideeënbus op school? Laat ze die zelf maken. Moet er iets worden nagevraagd bij de directie? Laat ze dit zelf doen!

STAP 7 ‘Boter bij de vis’

De ervaring leert dat er al snel een hele lange lijst met vragen en ideeën is. Om te voorkomen dat sommige punten heel lang als ‘lopende zaak’ in het verslag staan, kun je de kinderen –in overleg met school- al tijdens of direct na de vergadering dingen laten navragen of regelen. Eventueel samen met jou of je maatje als begeleider.

STAP 8 Deel de successen!

Deel de resultaten: is een vraag of idee succesvol opgelost op uitgevoerd? Deel dit met de school via de klas, mail de juffen en meesters en laat de kinderen iets schrijven voor de schoolkrant of nieuwsbrief.

STAP 9 Betrek ouders bij de leerlingenraad

De leerlingenraad is er voor en door leerlingen. Als ouders dit weten, kunnen ze hun kind(-eren) met sommige vragen naar de leerlingenraad doorverwijzen. Laat hen weten dat jullie er zijn, waarvoor jullie er zijn en waar ze de leerlingenraad -en de ideeënbus- kunnen vinden.

STAP 10 Sluit het jaar af met tips & tops

Het opzetten en deelnemen aan de leerlingenraad is een leerproces. Kijk aan het eind van het schooljaar als begeleider(-s) samen met de coördinator van school terug en bespreek verbeterpunten. Blik ook samen met de leerlingen uit de raad terug op het jaar tijdens de laatste vergadering. Wat ging er goed? Wat kon beter? Dus wat zijn de tips & tops? Deel ook dit met de school/klas/leraren/ouders. En eventueel alvast samen met nieuwe leerlingen voor de leerlingenraad van het volgende schooljaar. Heel veel succes!

Omgaan met media die 24/7 beschikbaar is voor je kroost?

24/7 online
We kunnen 24/7 en overal online zijn.

Tijdens het filosoferen op basisscholen wordt in mijn groepen vrijuit gepraat. Belangrijk bij filosoferen. En soms ook wel een beetje schrikken. Dan hoor je bijvoorbeeld een kleuter vertellen dat hij de Hobbit net heeft gezien. Of je vraagt een middenbouwer waarom hij zo zit te gapen en word je met een schaapachtige grijns verteld dat hij vannacht stiekem de voetbalwedstrijd op zijn mobiel heeft gekeken. Daardoor vraag ik me af: hoe gaan we om met media die dag en nacht -24/7 dus- overal en altijd en zonder restricties beschikbaar is voor ons kroost?

Overal WIFI

Zelf ben ik van de generatie waar alleen op woensdagmiddag de tv wel eens aan mocht (als het buiten héél hard regende). Dat was trouwens ook de enige middag dat je meer kon kijken dan een testbeeld. Enge films kwamen pas na half negen op tv en hele enge pas na tien uur. Dit geldt overigens nog steeds, maar wat is dat waard als je kind al om 9 uur ’s ochtends diezelfde film via de laptop of tablet kan bekijken? Kunnen we in dat opzicht nog wel toezicht houden op onze kinderen en jongeren? Moeten we onverwachts voor het beeld van dochterlief gaan hangen, terwijl zij ingespannen naar haar mobieltje tuurt, met koptelefoon op, gezellig op de bank? Continue de historie van het web naspeuren om te zien of er geen vreemde url’s in voorkomen? Gezellig naast zoon en vriendjes op zijn kamer gaan zitten om te zien wat ze met elkaar bekijken? Je ziet ze ook wel eens voor een café staan: jongeren waar het thuis te heet onder de voeten wordt zoeken een rustig plekje zonder bemoeizuchtige ouders (en met gratis WIFI). Middelbare scholen hebben trouwens vaak WIFI op school, dus in de pauzes kunnen ze ook naar hartenlust van alles uitwisselen en bekijken.

Smartphone vanaf groep 7

Vanaf groep 7 à 8 hebben vrijwel alle kinderen een mobieltje en een groot deel daarvan heeft een smartphone. Ze leren razendsnel en van elkaar hoe het werkt, waar ze spannende dingen kunnen vinden en hoe ze hun ouders om de tuin kunnen leiden, door die historie op het web bijvoorbeeld direct te wissen na een surfsessie. Is er reden voor paniek? Ik denk het niet. Ik denk wel dat we anders moeten gaan denken en handelen. We kunnen regels opstellen. Bijvoorbeeld dat ieders smartphone en/of iPad ’s avonds voor het slapen gaan op een vaste plek in de keuken of woonkamer aan de oplader wordt gelegd (en geef gelijk het goede voorbeeld door die van jezelf er naast te leggen). We kunnen afspraken maken over wat er wel en niet gedaan of gekeken wordt op het internet: geen spellen voor boven de 18 jr bijvoorbeeld en geen enge films. Of dat nog helpt als ze eenmaal op de middelbare school zitten?

Blijf in gesprek

Het allerbelangrijkste is om met elkaar in gesprek te gaan en te blijven. Over de leuke kanten van media en de minder leuke kanten. Over wat ze kunnen vinden op internet en over wat zij zelf bijdragen met het plaatsen van filmpjes, foto’s en reacties. Door hierover open (!) gesprekken te voeren, leren kinderen en jongeren om zelfbewust media toe te passen in hun eigen leven. Bovendien zijn zij als mediawijs kind of jongere beter in staat een eigen identiteit te ontwikkelen (ook online). Veel van wat je doet op het web blijft immers nog lange tijd vindbaar.

Verdiep je in de online wereld van je kind

Vraag je kinderen wat ze zo leuk vinden aan hun favoriete apps en wat ze allemaal delen met hun vrienden. Zien ze ook wel eens iets dat ze niet zo leuk vinden? Krijgen ze wel eens vervelende berichtjes via Whatsapp? Wat doen ze dan? Delen ze wel eens iets waarvan ze achteraf spijt hebben? Waarom eigenlijk? Kortom: verdiep je in wat media voor jouw kind betekent. Speel een keer een level mee, of doe een poging ;-). Daardoor krijg je als ouders wellicht meer begrip voor de fascinatie van je kind voor zijn of haar mobiel en wordt het gemakkelijker om te praten over de minder leuke kanten. Eerder verschenen op 20 januari 2015