Socratische houding of hard praten?

hard praten
Hard praten of een socratische houding?

Begin deze week zag ik een –ironisch bedoeld- bericht van De Speld voorbij komen op Facebook: ‘Martin praatte heel hard en nu heeft hij gelijk’. Steeds vaker zie ik dat het blijkbaar loont om heel hard te praten of harde taal te gebruiken. Het kan ook anders. Laten we een generatie opvoeden die het niet nodig vindt om hard te communiceren (en niet alleen qua volume!) en heeft geleerd te communiceren en reageren vanuit een socratische houding.

“Hoog opgeleide ouders zijn mondiger” en daarmee krijgen zij sneller een ander advies voor hun kind dan minder mondige ouders (recent in het AD). In het politieke debat gaat het af en toe hard tegen hard en drogredeneringen vliegen geregeld om je oren. Klanten die harde woorden schrijven als review na een mislukte vakantie krijgen korting of een bloemetje. Hoe luider je je ongenoegen laat blijken bij de servicebalie in een winkel, hoe harder het personeel haar best doet om het op te lossen. Als we met en tegen elkaar steeds harder gaan praten, raken we straks in al het kabaal onze stem kwijt. De filosofen Martha Nussbaum en John Dewey (1859-1952) hadden hier zo hun gedachten over.

Nussbaum: cultiveer menselijkheid d.m.v. 3 vermogens

In het boek ‘Niet voor de winst, waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft’ pleit Nussbaum voor meer liberal arts (geesteswetenschappen, zoals filosofie en filosoferen) op school. Volgens Nussbaum zijn er drie vermogens van groot belang voor het cultiveren van menselijkheid in de wereld van vandaag.

  1. Allereerst het vermogen tot kritisch onderzoek van jezelf en van je eigen tradities, waarbij je er nooit vanuit mag gaan dat iets waar is alleen maar omdat dit nu eenmaal altijd al zo was. Wat je hiervoor nodig hebt is het vermogen om logisch te redeneren, waarmee je de traditie kunt uitdagen. Socratisch redeneren (in het onderwijs) is daar in haar ogen voor nodig.
  2. Het tweede vermogen is dat burgers zichzelf niet slechts als burgers van een bepaalde regio of groep moeten zien, maar vooral als “menselijke wezens die op grond van erkenning en gedeelde belangen met alle andere menselijke wezens verbonden zijn, want de wereld om ons heen is onmiskenbaar internationaal.” Dit is in haar ogen belangrijk omdat we daarmee mogelijkheden tot samenwerking kunnen zien en we ons verantwoordelijk gaan voelen ten opzichte van medeburgers die ver weg wonen [of naar ons toekomen…MS].
  3. Het derde vermogen noemt zij de “narratieve verbeelding”, waarmee ze het vermogen bedoelt om je te kunnen verplaatsen in de schoenen van een ander. Overigens niet door je er alleen mee te identificeren, maar door het verhaal ook te beoordelen vanuit de eigen idealen en ambities.

We kunnen onze kinderen zich hierin laten ontwikkelen door ze kritisch te leren denken.

Dewey: ontwikkel kritische vermogens

Voor Dewey was het kernprobleem van conventionele onderwijsmethoden dat ze een passieve houding aanmoedigen. Scholen werden (en worden?) behandeld als plekken voor luisteren en in zich opnemen, en luisteren is altijd belangrijker geacht dan analyseren, waardevolle elementen uitziften en actief problemen oplossen.

Wanneer kinderen worden geacht om slechts passief te luisteren, leidt dat er niet alleen toe dat hun actieve kritische vermogens niet tot ontwikkeling komen, maar kunnen die zelfs verzwakt raken. In plaats van alleen te luisteren, dient het kind daarom te dóen: zelf dingen uitproberen, zelf denken en vragen stellen. Opvoeding en onderwijs vormden voor Dewey “het laboratorium waarin filosofische onderscheidingen concreet worden en worden getest”, zoals hij het zelf in Democracy and Education omschreef.

Je kunt jonge mensen stimuleren tot een actieve houding door ze in hun leven, binnen en buiten het klaslokaal, kennis te laten maken met echte vraagstukken die uit het leven zijn gegrepen. Zo wordt de socratische houding en het socratische vragenstellen “niet alleen een intellectuele vaardigheid, maar een aspect van een praktisch engagement, een stellingname tegenover de problemen van het echte leven.”, aldus Dewey.

Wat houdt die socratische houding eigenlijk in?

Het belangrijkste is een houding van het niet-weten. Je hebt de wijsheid niet in pacht, je bent bereid te onderzoeken hoe het in elkaar zit en je eigen ideeën over een onderwerp kunnen veranderen. Socratische gesprekken zijn een gezamenlijk onderzoek met als startpunt een concrete ervaring. Er wordt niet zozeer gezocht naar een oplossing voor een kwestie, maar eerder gereflecteerd op (eigen) denkbeelden. Tijdens een socratisch gesprek kun je inzicht krijgen in eigen onderliggende opvattingen die jouw wereld op een bepaalde manier kleuren. Door zo’n inzicht kan jouw mening over een onderwerp ineens veranderen (of juist niet).

Nussbaum: “Geesteswetenschappen leveren geen geld op. Ze doen alleen maar iets wat veel kostbaarder is dan dat: ze maken de wereld tot een plek waar het leven de moeite waard is, ze brengen mensen voort die in staat zijn om andere mensen te beschouwen als volledige mensen, met eigen gedachten en gevoelens die respect en inlevingsvermogen verdienen, en landen die in staat zijn om angst en argwaan te overwinnen en te kiezen voor een welwillend en redelijk debat.”

Dus laat je stem zeker horen, door te overtuigen op basis reflectie, daaruit voortvloeiende inzichten en argumenten in plaats van volume…

workshop socratische gesprekstechnieken
Schrijf je in voor de workshop!

Hoe leren we kinderen over democratie? Laat ze debatteren!

Democratie en debat
Debatteren = uitwisseling van ideeën

Vandaag kunnen we in Nederland stemmen. En of je nu voor of tegen het referendum bent, of je nu ‘ja’ of ‘nee’ gaat stemmen, het is fijn dat we in een democratisch land leven waar om je mening wordt gevraagd en je die mag geven. Dat dit voortvloeit uit het feit dat we in een democratie leven, kunnen we kinderen al van jongs af aan leren door ze te laten debatteren.

Democratie op scholen

De Onderwijsraad zei eerder in een persbericht ‘Werken aan democratie is een gemeenschappelijke opdracht voor alle scholen.’ Scholen zouden onder de noemer burgerschapsonderwijs aandacht moeten besteden aan democratie. Dit wordt door SLO onderverdeeld in 3 punten:

  1. Kennis van de democratische rechtstaat
  2. Democratisch handelen
  3. Democratisch basiswaarden

Een interessante manier om heel concreet de democratie te ervaren is oefenen in debatteren, waarbij de grondbeginselen van een democratie niet alleen worden uitgelegd, maar waarbij kinderen (en jongeren!) ervaren hoe het is om je te verdiepen in argumenten die recht tegenover je eigen mening staan. Door ze beurtelings voor en tegen te laten zijn, draait het niet meer om persoonlijke meningen, maar om de kunst van het debatteren zelf.

Hoe gaat dit in de praktijk?

De bovenbouwgroep (kinderen uit groep 7 en 8 van een basisschool in Den Haag) startte deze week met debatteren en voerde keurig volgens de regels een debat, maar o wat was het weer moeilijk om je te verplaatsen in de ‘andere kant’. Sommigen vonden het juist een uitdaging om er eigenlijk voor te zijn en dan te debatteren alsof ze tegen waren.

Na een korte oefening gingen we aan de slag met een debat over de zelfgekozen stelling: ‘leraren moeten met u worden aangesproken’. De stelling had meteen voor- en tegenstanders, dus werd het extra moeilijk om dan juist in het team van de tegenstander te worden geplaatst.

Argumenten voor: het is beleefder om ‘u’ te zeggen, je kent je leraar niet heel goed en dan is het beter om ‘u’ te zeggen, je leraar is ouder en tegen oudere mensen is het beleefder om ‘u’ te zeggen. Wel bedacht deze groep dat als je iemand beter leert kennen, ook een leraar dus, dat het dan ok is om ‘je’ te zeggen.

De tegenargumenten waren: met ‘u’ is er meteen een afstand tussen jou en de ander en dat is niet fijn, ook niet bij een leraar. Je kent je leraar al een tijd en dus kun je prima ‘je’ zeggen. Tegen andere kinderen die je niet kent zeg je ook niet eerst ‘u’ en als de hele klas ‘je’ zegt tegen de leraar, dan kun je dat zelf ook wel doen.

De jury (één van de leerlingen) vond de manier waarop argumenten naar voren werden gebracht en het weerleggen van de argumenten van de ander bij beide partijen heel sterk, maar kon desondanks een winnaar kiezen. Deze gespreksleider kon zich daar -geheel onpartijdig natuurlijk- volledig bij aansluiten. Volgende keer een nieuw debat met een stelling waar je ‘u’ tegen zegt!

Zelf aan de slag?

Wil je kinderen of jongeren bij jou op school ook met elkaar laten debatteren? Ik kom graag langs om het te faciliteren! Meer info over leren debatteren op de website van Burgerschap in de klas.