Wat kun je zeker weten?

wat kun je zeker weten?

De  kinderen uit groep 5 dachten na over de vraag wat je allemaal zeker kunt weten. Een filosofisch vraagstuk, omdat je bij alles je twijfels kunt hebben. Een paar kinderen wisten bijvoorbeeld zeker dat de aarde rond is. Want ze hadden een foto gezien. Als startpunt hadden we echter een foto bekeken van de Hubble die een smiley had gefotografeerd, waarbij de meeste kinderen vonden dat deze moest zijn gefotoshopt.

Kon die foto van de aarde niet ook zijn gemanipuleerd? Had íemand van ons wel eens in een raket gezeten en de aarde met eigen ogen van een afstand bekeken? En toen deze juf een pen op de grond legde, begon deze niet te rollen. Als de aarde rond was, dan zou dat toch zeker moeten?

De les zat niet alleen in de vraag, maar ook in het blijven bedenken van argumenten die steeds opnieuw weerlegd werden door de groep. Sommige kinderen voelden dat aanvankelijk als een afwijzing van hun gedachten. Toen we echter door bleven denken en bij alles vraagtekens plaatsten, uiteraard met de nodige humor én met daarbij de toelichting dat dit is wat filosofen ook doen, kregen ze er steeds meer plezier in. Dat kon je merken doordat ze steeds meer durfden te spelen met ‘gekke’ voorbeelden en argumenten, waardoor het vooral een oefening werd in argumenteren en doorvragen.

Wereldwijd ken ik wel wat hooggeplaatste mensen die ook wel zo’n oefening kunnen gebruiken. 😉

Wat is een stoel?

wat is een stoel?

Gisteren hebben de kleuters zich verwonderd over stoelen. Dit is een heerlijke les, waarbij een thema uit de taalfilosofie centraal staat: hoe weet je hoe iets heet? We staan niet snel stil bij zo iets eenvoudigs als een stoel, maar als je hier samen met kleuters over praat, dan blijkt het minder eenvoudig dan je denkt (probeer het zelf ook eens…).

Nadat de kleuters hadden vastgesteld wat een stoel is (namelijk: 4 poten en een vierkantje om op te zitten), hebben we de grenzen ervan verkend. Want hebben alle stoelen 4 poten en een vierkantje om op te zitten? Deze tafel bijvoorbeeld? Die heeft ook een vierkantje en 4 poten, maar is het een stoel? “Nee, want bij een stoel hoort ook een leuning!” O, mijn bank dus! “Nee, dan is het vierkantje geen vierkantje meer.”

Na het bekijken van een aantal bijzondere en ongewone stoelen (dus zonder poten en een vierkantje…) mochten ze zelf een stoel bedenken die ze nog nooit eerder hadden gezien. Dat werden fantasierijke creaties: een glijbaanstoel, een stoel met eten en drinken erin -zodat je nooit meer op hoeft te staan- en een schietstoel om naar de maan te reizen.

Tijdens het tekenen gaat het filosoferen ongemerkt door. Had iemand weleens een vliegende stoel gezien? Nee, nog nooit. Maar in een vliegtuig dan? “Dat is geen vliegende stoel juf!” Waarom niet? Je zit in een vliegtuig toch op een stoel? “Jawel, maar daar zit dan nog iets omheen, namelijk het vliegtuig, dus dat is dan geen vliegende stoel.” En een stoel hangend onder een luchtballon? “Ja, maar dat kan niet, want daar is ook vuur!” Een zwemmende stoel dan? “Bestaat niet, juf!” Hebben jullie op het strand dan nooit zo’n opblaasstoel gezien? “Ja, maar dat is geen zwemmende stoel, maar een plastic stoel!” En als je een stoel vastbindt op de rug van een walvis? Dat was grappig én dat zou eventueel wel een zwemmende stoel kunnen zijn…

…maar niet als je dan per ongeluk op het gaatje gaat zitten waar de walvis water uit spuit, dan heb je namelijk tóch een vliegende stoel!

Kleuters filosoferen over de omgekeerde wereld

Wat was het weer genieten met de kleuters. Al bij binnenkomst bevonden zij zich -zonder dat dit was verteld- in de ‘omgekeerde wereld’. Een boek werd achterstevoren voorgelezen, met de achterkant van de pen werd geschreven en de deur werd ‘dicht’ gedaan (door hem wijd open te zetten).

Naast veel schaterende kleuters leverde dit ook verwarring op. Ook ontdekten ze na een paar minuten een patroon in alle rare dingen die de juf deed en al gauw riep één kleuter: “dit is de omgekeerde wereld!”. Toen konden we pas echt van start. Want in de omgekeerde wereld gebeurt er van alles: je drinkt ’s ochtends je spaghetti uit een glas en eet je thee van een bord, je trekt eerst je badjas aan en stapt daarna onder de douche, de bus rijdt ondersteboven op de wolken en alle passagiers vallen eruit (maar gelukkig staan er trampolines op de grond om ze op te vangen). En iedereen wilde géén omgekeerde wereld tekenen, dus de kinderen hoefden géén blaadje…

De kern van dit gedachtenexperiment is dat je je omgeving beter begrijpt als je je probeert voor te stellen hoe het anders zou kunnen zijn. Je krijgt inzicht in je eigen situatie door je een andere situatie voor te stellen met andere regels en na te gaan wat er allemaal nodig is om die andere situatie te realiseren. Je observeert op een speelse manier dus eigenlijk je eigen gedrag en die van je omgeving. Deze kleuters konden zich heel goed inleven in de omgekeerde wereld!

Een week later vertelde één kleuter: “we doen het nu iedere avond aan tafel, juf!”  Wat? “De omgekeerde wereld!”